U bent hier:Home Over de Raad Jaarberichten Jaarbericht 2009 Voorwoord
Het jaar 2009 is voor de Raad voor de Kinderbescherming een enerverend jaar geweest. We hebben grote stappen vooruit gezet.
De doorlooptijd van beschermingsonderzoeken is met ruim een derde teruggebracht. We hebben een nieuwe onderzoeksmethode in beschermingszaken ontwikkeld en doorgevoerd. De samenwerking met andere organisaties in de jeugdbescherming en in het jeugdstrafrecht is intensiever geworden. In het hele land hanteert de Raad nu de nieuwe werkwijze in onderzoeken rond gezag en omgang na scheiding. De nazorg aan jongeren die in justitiële jeugdinrichtingen hebben gezeten is veiliggesteld door de invoering van netwerk- en trajectberaden met onze ketenpartners. Kortom, we opereren effectiever, slagvaardiger, met meer focus op de belangen van het kind. Maar we hebben ook gemerkt dat er soms meer tijd nodig is om onze ambities te realiseren.
De Raad voor de Kinderbescherming is nu twee jaar op weg met het Meerjarenprogramma 2008-2011. Dat programma is opgezet om als Raad sneller, doeltreffender en professioneler te werken, in het belang van kinderen in de knel. We kijken binnen het Meerjarenprogramma niet alleen kritisch naar onze werkprocessen, we zorgen er ook voor dat onze medewerkers goed worden toegerust voor hun taken. Zo hebben we in 2009 tweedaagse werkconferenties georganiseerd voor alle raadsmedewerkers, met als doel de verbinding van de medewerkers met de organisatie te versterken en de veranderkracht van de Raad een impuls te geven.
Vooral onze manier van werken in beschermingsonderzoeken is in 2009 flink verbeterd. We zijn nauwer gaan samenwerken met de Bureaus Jeugdzorg (BJZ), binnen zogenoemde casusoverleggen. Er zijn nu 61 van deze casusoverleggen actief. Daarmee wordt de beschikbare informatie van Bureau Jeugdzorg (met name van het onderdeel Advies- en Meldpunten Kindermishandeling) beter benut en kan de Raad het onderzoek beter én sneller uitvoeren. De gemiddelde doorlooptijd van een beschermingsonderzoek door de Raad is teruggelopen van 124 kalenderdagen begin 2008 naar 70 kalenderdagen eind 2009. Bovendien zijn er bij de Raad eind 2009 geen wachtlijsten meer voor beschermingsonderzoeken. Als Algemeen Directeur ben ik trots op de raadsmedewerkers die deze resultaten behaald hebben.
Ondertussen ging het dagelijks werk van de Raad gewoon door. De Raad voerde 62.832 onderzoeken uit in 2009. In 2008 waren dat er nog 63.215. Er is dus sprake van een kleine daling. Die doet zich overigens met name voor bij de basisonderzoeken in strafzaken en bij onderzoeken in zaken rond gezag en omgang na scheiding. Ook het aantal taakstraffen (waarvan de Raad de uitvoering coördineert) daalde in 2009 naar 21.753. In 2008 waren dat er nog 22.988. Het aantal beschermingsonderzoeken, uitgebreide strafonderzoeken en gezinsonderzoeken in het kader van adoptie groeide wel, maar niet meer zo sterk als voorgaande jaren. We weten nog niet of dit een trend is die zal doorzetten in volgende jaren, of dat er sprake is van een tijdelijke terugloop.
Op alle werkterreinen van de Raad zijn aansprekende resultaten te melden. De Inspectie Jeugdzorg rapporteerde in 2009 positief over de onderzoeken die de Raad doet bij aspirant-adoptieouders. Verder heeft de Raad een bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van een nieuw instrumentarium voor de jeugdstrafrechtketen. De invoering van dit instrumentarium zal bij de Raad hand in hand gaan met een omvangrijke vernieuwing van onze manier van opereren in strafzaken. De voorbereidingen daarvoor zijn al in volle gang.
Deze resultaten, maar ook de innovatieve kracht die we de afgelopen jaren hebben opgebouwd, geven vertrouwen voor de toekomst.
Marie-Louise van Kleef
Algemeen Directeur