Ketenpartners in strafzaken | Ministerie van Veiligheid en Justitie

U bent hier:Home Over de Raad Ketenpartners  Ketenpartners in strafzaken

Ketenpartners in strafzaken

Hieronder vindt u links naar de websites van de ketenpartners van de Raad in strafzaken.

Veiligheidshuizen

Het Veiligheidshuis is een lokaal of regionaal samenwerkingsverband waarin uiteenlopende organisaties en instanties met elkaar samenwerken bij de aanpak van huiselijk geweld, criminaliteit en overlast. Met elkaar streven zij een integrale, probleemgerichte aanpak na waarbij strafrecht en zorg elkaar aanvullen. Zo vormen bijvoorbeeld risicojongeren die dreigen af te glijden in de criminaliteit een belangrijke doelgroep. De partijen die aan het Veiligheidshuis deelnemen zijn onder meer de gemeente en gemeentelijke instellingen, de politie, het Openbaar Ministerie, reclasseringsinstellingen, de Raad voor de Kinderbescherming, Bureau Jeugdzorg, leerplichtambtenaar en diverse welzijnsorganisaties.

Meer informatie

Naar boven

Politie

Jeugdigen die strafbare feiten plegen en tegen de lamp lopen, krijgen in eerste instantie te maken met de politie. Als het een licht strafbaar feit betreft, kan de politie de zaak verder laten rusten (het zogenaamde politiesepot), een transactie aanbieden (een geldsom om strafvervolging te voorkomen) of doorverwijzen naar bureau Halt. In de overige gevallen zal de politie tegen de jeugdige verdachte proces-verbaal opmaken. Een proces-verbaal wordt altijd ingezonden naar het parket van de officier van justitie. De politie kan de jeugdige na verhoor heenzenden of in het belang van het onderzoek enkele dagen vasthouden op het politiebureau (inverzekeringstelling).

Meer informatie

Naar boven

Halt

Jeugdigen die door de politie zijn aangehouden voor lichte vergrijpen, worden door de politie voor de keus gesteld: naar Halt of anders stuurt de politie het proces-verbaal door naar justitie.

Een Halt-afdoening bestaat uit activiteiten, zoals bijvoorbeeld opruimwerkzaamheden bij de benadeelde of het verrichten van andere maatschappelijk nuttige activiteiten. Primair gaat het daarbij om het verrichten van werkzaamheden binnen een tijdsbestek van maximaal 20 uur. Naast de werkzaamheden kan er ook gekeken worden naar de mogelijkheid en/of wenselijkheid van het aanbieden van excuses of het treffen van een schadevergoeding.

Meer informatie

Naar boven

Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP)

Het is één van de taken van het NIFP om onafhankelijke rapporteurs (psychologen, psychiaters) in te schakelen als de rechter ten aanzien van een jeugdige verdachte opdracht geeft tot het verrichten van nader gedragsdeskundig onderzoek (‘persoonlijkheidsonderzoek’). Daarbij bewaakt het NIFP ook de kwaliteit van de rapportage van de ingeschakelde deskundigen. De Raad kan bijvoorbeeld bij een voorgeleiding adviseren om het NIFP om consult te vragen ter beoordeling van de noodzakelijkheid van een persoonlijkheidsonderzoek.

Meer informatie

Naar boven

Jeugdreclassering

De jeugdreclassering begeleidt onder meer op verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming of in opdracht van de officier van justitie of kinderrechter jeugdigen die met politie en justitie in aanraking gekomen zijn. Belangrijkste doel van de begeleiding is het voorkomen dat de jeugdige opnieuw in de fout gaat. Daartoe wordt samen met de jeugdige en diens ouders een op maat gesneden begeleidingsplan gemaakt; hierin staat beschreven waaraan tijdens de duur van de begeleiding gewerkt zal worden. Daarbij gaat het vooral om ondersteuning op relevante leefgebieden zoals relaties, dagbesteding (school/werk/vrije tijd), financiën e.d. Jeugdreclassering kan in verschillende fasen van het strafrechtelijk traject worden ingezet. Bijvoorbeeld in de fase vóór de terechtzitting tijdens een schorsing van de voorlopige hechtenis, maar ook aan het einde van het strafrechtelijk traject als de jeugdige zijn detentiestraf erop heeft zitten. In dat laatste geval spreken we over 'nazorg'.

Indien de begeleiding in opdracht van de officier van justitie of rechter plaatsvindt is er sprake van een gedwongen vorm van jeugdreclassering, d.w.z. de jeugdige kan zich niet zonder consequenties aan de begeleiding onttrekken. Concreet betekent dit, dat de begeleider in dat geval óók tot taak heeft om erop toe te zien dat de jeugdige zich aan de afspraken en opgelegde regels houdt.

Jeugdreclassering is een functie van het Bureau Jeugdzorg, maar - in overleg met BJZ – kunnen ook de William Schrikker stichting of het Leger des Heils de uitvoering op zich nemen.

Meer informatie

Naar boven

Openbaar Ministerie

De officier van justitie bij het Openbaar Ministerie beslist of hij de verdachte zal vervolgen, met andere woorden of hij de zaak zal aanbrengen bij de kinderrechter. Deze beslissing neemt hij op basis van het opsporingsonderzoek van de politie of, bij gecompliceerde zaken, op basis van het gerechtelijk vooronderzoek. Bij zijn beslissing betrekt de officier óók het door de Raad voor de Kinderbescherming uitgebrachte strafadvies en de informatie die hij daarbij over de jeugdige en diens omstandigheden heeft gekregen.

De officier van justitie heeft de bevoegdheid om van vervolging af te zien of om voorwaarden te stellen om strafvervolging te voorkomen. Deze voorwaarden kunnen onder meer zijn: het betalen van een geldsom, het uitvoeren van een taakstraf of het opleggen van begeleiding door de Jeugdreclassering. Nieuw is dat de officier ook zonder tussenkomst van de rechter de jeugdige een taakstraf tot 60 uur kan opleggen (Wet OM-afdoening die gefaseerd zal worden ingevoerd).

Meer informatie

Naar boven

De kinderrechter

Als de jeugdige wordt gedagvaard moet hij voor de kinderrechter verschijnen. Als deze de jeugdige schuldig bevindt, kan hij een straf opleggen, zoals: een geldboete, een taakstraf of een vrijheidsstraf (jeugddetentie). Een andere mogelijkheid is dat de kinderrechter de jeugdige een maatregel oplegt. Het jeugdstrafrecht kent een tweetal maatregelen om de jeugdige op te voeden en/of te behandelen: Plaatsing in een Inrichting voor Jeugdigen (een PIJ-maatregel) en de Gedragsbeïnvloedende Maatregel (GBM). Andere maatregelen zijn: onttrekking aan het verkeer; ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel en de schadevergoedingsmaatregel.

Meer informatie

Naar boven

De justitiële jeugdinrichting

Als een jeugdige wordt veroordeeld tot jeugddetentie dan wordt deze straf ten uitvoer gelegd in een justitiële jeugdinrichting. Een PIJ-maatregel wordt ook meestal in een JJI ten uitvoer gelegd.

Al voorafgaand aan de terechtzitting kan een jeugdige in een justitiële jeugdinrichting terechtkomen: dat is meestal het geval als de rechter-commissaris bij voorgeleiding besluit om de jeugdige in voorlopige hechtenis te nemen. De meeste jeugdigen die in voorlopige hechtenis worden genomen verlaten de inrichting echter al voordat hun zaak op de zitting komt, omdat bij jeugdigen de voorlopige hechtenis vaak onder voorwaarden wordt geschorst.

Meer informatie

Naar boven

Meer informatie