Taakstraffen | Raad voor de Kinderbescherming

U bent hier:Home Wat doet de Raad? Straf  Taakstraffen

Taakstraffen

Als een jeugdige een taakstraf moet verrichten, dan coördineert de Raad de uitvoering daarvan. De Raad zorgt voor een passende taakstraf voor de jongere en informeert de officier van justitie over het verloop ervan.

Eén van de straffen die jeugdigen kunnen krijgen na het plegen van een strafbaar feit is de taakstraf. Een taakstraf kan bestaan uit een werkstraf, een leerstraf of een combinatie daarvan. Andere jeugdstraffen zijn een geldboete, gevangenisstraf of behandeling.

Zowel de officier van justitie als de kinderrechter kan een taakstraf opleggen. De officier van justitie kan nu alleen nog korte taakstraffen (tot 40 uur) opleggen, als de ouders en de jongere daarmee instemmen. Indien dat niet het geval is, zal de zaak door de rechter behandeld worden. Binnenkort maakt een nieuwe wet het mogelijk dat de officier van justitie wel zelfstandig een straf oplegt. Het maximum aantal uren voor een taakstraf wordt dan 60 uur.

De Raad voor de Kinderbescherming is verantwoordelijk voor de voorbereiding en ondersteuning van de taakstraffen. Dit betekent dat de Raad de jeugdige plaatst op een bepaald project, toezicht houdt op de plaatsing en na afloop van de taakstraf rapporteert aan het Openbaar Ministerie.

Soort taakstraf

Er zijn twee soorten taakstraffen: leerstraffen en werkstraffen. Het doel van beide taakstraffen is dat de jongere er iets van leert zodat hij voortaan op het rechte pad kan blijven. De taakstraf die de jongere krijgt, is afhankelijk van wat hij nodig heeft om niet opnieuw een strafbaar feit te plegen. Er wordt ook gekeken naar praktische zaken zoals school- en werktijden. De kinderrechter of officier van justitie bepaalt wat voor soort taakstraf de jongere krijgt. Hij doet dat mede op advies van de Raad voor de Kinderbescherming. Hoe lang de straf duurt hangt af van wat de jeugdige heeft gedaan en van het aantal keer dat de hij een strafbaar feit heeft gepleegd. Het maximum aantal uren voor een taakstraf is 200 uren. Als de kinderrechter een combinatie van een werkstraf en een leerstraf oplegt kan het totaal maximaal 240 uren zijn.

Naar boven

Werkstraf

Bij een werkstraf gaat de jongere werken. Voorbeelden van werkstraffen zijn: schoonmaken in een ziekenhuis, afwassen in de keuken van een verzorgingshuis, parkeergarages vegen voor de gemeente of het verwijderen van graffiti. Hij krijgt er niet voor betaald, want het is tenslotte een straf. Een opvoedkundig voordeel is dat de jongere iets terug moet doen voor het leed of de schade die hij heeft veroorzaakt én dat hij werkervaring opdoet.

Naar boven

Leerstraf

Bij een leerstraf gaat de jongere een cursus volgen. Het doel is dat de jongere leert omgaan met zaken waar hij moeite mee heeft. Voorbeelden van leerstraffen zijn: ‘vergroting van sociale vaardigheden’ 'beter leren omgaan met seksualiteit' , ‘beter leren omgaan met geld’, beter leren omgaan met alcohol/drugs’ en ‘beter leren omgaan met agressie’. Wat voor soort leerstraf een jeugdige krijgt hangt af van wat hij nodig heeft om op het rechte pad te blijven.

Naar boven

Erkende gedragsinterventies als leerstraf

De Raad voor de Kinderbescherming vervangt ruim 140 oude leerstraffen door erkende gedragsinterventies. De kracht van deze interventies is dat de effectiviteit ervan wetenschappelijk is onderbouwd en dat ze de meest voorkomende gedragsproblemen van jeugdige delinquenten aanpakken. Met als doel om recidive te voorkomen.

Onderstaande menukaart geeft een overzicht van de erkende gedragsinterventies van de Raad.

Naar boven

Tieners