Rechtspositie pleegouders (blokkaderecht)
- Wat is blokkaderecht?
- In welke gevallen hebben pleegouders blokkaderecht?
- In welke gevallen hebben pleegouders geen blokkaderecht?
- Als pleegouders beroep doen op het blokkaderecht
- Doel van het onderzoek in verband met het blokkaderecht
- Aanpak van het onderzoek
- Uitspraak van de rechter
- Ontheffing van de ouders of benoeming andere voogd?
Wat is blokkaderecht?
Er zijn situaties waarin kinderen niet kunnen wonen en opgroeien bij de mensen die het gezag over het kind hebben (de zogenaamde ‘gezagsdragers’) maar bij pleegouders. Als de gezagsdragers (ouders, voogd) niet langer willen dat het kind bij die pleegouders blijft, kan er een moeilijke situatie ontstaan. De gezagsdragers mogen namelijk niet altijd het kind zomaar bij deze pleegouders weghalen. Pleegouders kunnen dat in sommige gevallen verhinderen. Zij kunnen een beroep doen op hun blokkaderecht. Dat wil zeggen dat ze in het belang van het kind kunnen tegenhouden dat het kind zomaar bij hen weg moet.
Naar boven
In welke gevallen hebben pleegouders blokkaderecht?
Pleegouders hebben niet altijd het recht om te blokkeren dat het kind bij hen wordt weggehaald. Hiervoor moet aan onderstaande voorwaarden worden voldaan.
- De pleegouders moeten het kind tenminste één jaar hebben verzorgd en opgevoed voordat zij een beroep kunnen doen op het blokkaderecht.
- Het kind moet met instemming van de eigen ouders door de pleegouders zijn verzorgd en opgevoed.
- Er moet sprake zijn van een pleeggezin, dat wil zeggen van een situatie waarin het kind door anderen (anderen dan de ouder(s) met het gezag) wordt verzorgd en opgevoed als een eigen kind.
Naar boven
In welke gevallen hebben pleegouders geen blokkaderecht?
Als een kind in een pleeggezin is geplaatst door de Raad voor de Kinderbescherming en een gezinsvoogd, en de rechter een kinderbeschermingsmaatregel uitgesproken heeft (bijvoorbeeld een ondertoezichtstelling en er is een machtiging uithuisplaatsing), dan hebben de pleegouders geen blokkaderecht.
Pleegouders hebben ook geen recht op blokkade als zij niet aan de eerder genoemde voorwaarden voldoen (zie bovenstaande alinea). De gezagsdragers mogen dan bepalen waar het kind woont. Het kan echter wel zo zijn dat zij zich zorgen maken over de situatie van het kind.
Als de pleegouders zich zorgen maken over de toekomst van het kind, dan kunnen ze een melding doen bij Bureau Jeugdzorg (BJZ). Bureau Jeugdzorg zal dan onderzoeken of het kind zorg nodig heeft en zal eventueel een verwijzing voor passende hulp geven. In het geval dat pleegouders vermoedens hebben van kindermishandeling kunnen zij een melding doen bij het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK). Bij de Raad voor de Kinderbescherming kan alleen een rechtstreekse melding gedaan worden als er sprake is van een acute en ernstige bedreiging van een kind of jongere.
Naar boven
Als pleegouders beroep doen op het blokkaderecht
Als pleegouders inderdaad kunnen verhinderen dat er een wijziging in het verblijf van het kind zal plaatsvinden, dan moeten de ouders via een advocaat bij de rechter verzoeken om de blokkade op te heffen. Er volgt dan een rechtszaak. Tijdens de zitting zijn de rechter, de ouders, de pleegouders en eventueel de Raad voor de Kinderbescherming aanwezig. Na de zitting doet de rechter een uitspraak of verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming om een onderzoek in te stellen.
Naar boven
Doel van het onderzoek in verband met het blokkaderecht
De rechter kan de Raad om advies vragen naar aanleiding van een verzoek van ouders met gezag of van een voogd om wijziging in het verblijf van een minderjarige te mogen brengen. Indien het een verzoek van ouders betreft onderzoekt de Raad of er een gegronde vrees bestaat dat bij inwilliging (goedkeuring) van het verzoek de belangen van het kind in gevaar komen.Wanneer het een verzoek van een voogd betreft gaat de Raad in het onderzoek na of wijziging in het belang van het kind is. De Raad onderzoekt ook of het in het belang van het kind is dat het kind contact houdt met de eigen ouders, voogd of pleegouders.
Naar boven
Aanpak van het onderzoek
Voor ieder onderzoek wordt een onderzoeksplan opgesteld. In het onderzoeksplan staan onderzoeksvragen waarin het belang van het minderjarige kind centraal staat. De raadsonderzoeker (degene die het onderzoek uitvoert) zal alle betrokkenen informeren over de aanleiding, het doel en de opzet van het onderzoek. In een onderzoek wordt met zowel de pleegouders, ouders of voogd(en) en in ieder geval met de minderjarige(n) van 12 jaar of ouder gesproken. Soms kan informatie ingewonnen worden bij derden. De belanghebbenden betrokkenen worden hierover altijd geïnformeerd.
Bij ieder onderzoek wordt in de begin- en eindfase een gedragsdeskundige (bijvoorbeeld een psycholoog) betrokken. Zonodig kan een gedragsdeskundige een aanvullend onderzoek doen.
Aan het einde van een onderzoek wordt een concept raadsrapport opgesteld waarop de betrokkenen kunnen reageren. Als laatste stap in het onderzoek zal een definitief raadsrapport worden geschreven en een advies aan de rechter worden gegeven.
Naar boven
Uitspraak van de rechter
Als de rechter uitspreekt dat het kind niet bij de pleegouders kan blijven, dan moeten de pleegouders het kind naar de ouders laten gaan. De rechtbank kan ook bepalen op welke termijn dat moet. Als de rechter beslist dat het kind bij de pleegouders kan blijven, dan zal de rechter ook een uitspraak doen over hoelang het kind bij de pleegouders kan blijven (maximaal voor een half jaar). Na die periode mogen de gezagsdragers opnieuw naar de rechtbank gaan om een wijziging in de situatie aan te vragen. In beide gevallen is het niet mogelijk om in hoger beroep te gaan tegen de uitspraak van de rechter.
Wat gebeurt er in de perioden dat de rechter heeft bepaald dat een kind in het pleeggezin blijft:
- De pleegouders en ouders komen tot een overeenstemming.
- De pleegouders dienen via een advocaat bij de rechter een verzoek in om het gezag over het kind te krijgen.
- De Raad voor de Kinderbescherming kan een onderzoek instellen om te bepalen of het nodig is dat de rechter een maatregel van kinderbescherming uitspreekt.
Zo’n maatregel kan zijn:
- Ondertoezichtstelling; degene die het gezag over het kind heeft wordt in zijn gezag beperkt.
- Ontheffing of ontzetting; degene die het gezag over het kind heeft, verliest het gezag over het kind.
De rechter kan de periode van blokkade verlengen, zolang de uitspraak van de Raad voor de Kinderbescherming nog niet definitief is.
Meer informatie
Naar boven
Ontheffing van de ouders of benoeming andere voogd?
Als de rechter het verzoek van de ouders of de voogd om het kind uit het pleeggezin te halen heeft afgewezen, dan kunnen de pleegouders via hun advocaat aan de rechter vragen om de ouders (de gezagsdragers) van het gezag over het kind te ontheffen, of om een andere voogd (eventueel zichzelf) te benoemen.
Wanneer de pleegouders zo’n verzoek doen, dan zal de Raad voor de Kinderbescherming, op verzoek van de rechter, een onderzoek starten en advies geven. In het geval van ontheffing van de ouders onderzoekt de Raad of er zwaarwegende gronden zijn om het kind niet terug te laten keren naar de ouders.
Niet alleen de pleegouders, maar ook de Raad voor de Kinderbescherming kan de rechter verzoeken om de ouders van het gezag te ontheffen of om een andere voogd te benoemen.
Naar boven