Weggelopen minderjarigen
Weggelopen kinderen kunnen worden opgevangen, bijvoorbeeld door medewerkers van jeugdopvanghuizen. Maar ook gewoon door particulieren zoals vrienden, familie of buren.
- Verplichte melding
- Opvang door een particulier of een niet-offiële instelling
- Opvang door officiële instellingen
- En verder …
Verplichte melding
Iedereen die een weggelopen kind opvangt is verplicht om dat direct te melden. Deze regel is er om onzekerheid bij ouder(s) of voogd(en) over de situatie van het kind weg te nemen. Als degene die het kind opvangt dat niet meldt, dan is diegene strafbaar (art. 280 Wetboek van Strafrecht).
In principe moet degene die het kind opvangt dat melden bij degene die het gezag heeft over het kind dat weggelopen is, de zogenaamde gezagsdrager(s). De gezagsdrager(s) zijn de ouder(s) of voogd(en) van het kind. Maar: een particulier persoon (familie, vrienden, buren, kennissen enz.) of een niet-officiële instelling (een instelling die niet door de overheid gesubsidieerd wordt) mag het - om privacyredenen - ook melden bij de Raad voor de Kinderbescherming.
Naar boven
Opvang door een particulier of een niet-offiële instelling
Een particulier of een niet-officiële instelling kan zich voor de melding van een weggelopen kind zowel direct tot de gezagsdragers wenden als tot de Raad voor de Kinderbescherming.
Als de particulier of niet-officiële instantie die het kind opvangt direct contact legt met de de gezagsdragers van het kind, dan is deze verplicht om hen meteen te vertellen door wie en waar het kind opgevangen wordt.
Als degene die het kind opvangt dat meldt bij de Raad voor de Kinderbescherming, dan moet hij aan de Raad de volgende gegevens opgeven:
- wanneer het kind precies weggelopen en opgevangen is;
- naam en verblijfplaats van het kind;
- naam en adres van degene die het kind opvangt.
De Raad neemt dan direct contact op met de gezagsdragers van het kind. Maar: de Raad is alleen verplicht om door te geven dát het kind opgevangen wordt. De Raad hoeft dus niet meteen te vertellen waar het kind is en door wie het kind wordt opgevangen. De Raad geeft dit door aan de gezagsdragers, zodra het belang van het kind dat toelaat. Op die manier wordt rekening gehouden met het belang van het kind en wordt ook de onzekerheid bij de gezagsdragers enigszins weggenomen.
De Raad voor de Kinderbescherming gaat vervolgens zo snel mogelijk na of er bezwaren bekend zijn tegen de opvang. De Raad doet dit via het archief van de Raad, via de burgerlijke stand en via het justitieel documentatie-register. Als degene die het kind opvangt een officieel (geregistreerd) pleeggezin is, dan wordt dit nagetrokken bij een voorziening voor pleegzorg.
Na de melding bij de Raad kan de Raad beslissen om een onderzoek te gaan doen naar de situatie. In dat geval gaat er zo snel mogelijk een raadsonderzoeker naar de plaats waar het kind opgevangen wordt. Deze praat met degene die het kind opvangt en (apart) met het kind zelf.
Als de Raad vindt dat er geen onderzoek nodig is, dan laat de Raad dit schriftelijk weten aan het kind (als het kind twaalf jaar of ouder is), aan degene die het kind opvangt en aan de gezagsdragers.
Naar boven
Opvang door officiële instellingen
Als een weggelopen kind bij een officiële (d.w.z. door de overheid gesubsidieerde) instelling terecht komt, dan kan die instelling direct hulpverlening bieden. Er is immers sprake van een acute noodsituatie.
Als een weggelopen kind opgevangen wordt door een officiële instelling zonder tussenkomst van een plaatsende instantie, dan moet deze instelling dat direct melden bij een instantie die bevoegd is om kinderen te plaatsen. Deze plaatsende instantie meldt direct aan de ouders/gezagsdragers dat er hulp wordt geboden aan het kind. Bij dat contact hoeft de instelling alleen te melden dat er hulp wordt verleend. Wie die hulp geeft en waar het kind is, hoeft niet meteen gezegd te worden. Binnen twee weken nadat die melding binnen is gekomen, moet duidelijk zijn of hulp noodzakelijk is. In het kader daarvan moet er overleg zijn tussen de plaatsingsbevoegde instantie en de ouders of voogd(en) van het kind. Als blijkt dat de hulp inderdaad op z’n plaats is, maar de gezagsdragers willen er niet aan meewerken, dan gaat de Raad voor de Kinderbescherming onderzoek doen.
Naar boven
En verder …
- Als het weggelopen kind onder toezicht gesteld is, dan moet behalve de gezagsdrager ook de betreffende gezinsvoogdij-instelling op de hoogte gesteld worden.
- Het is natuurlijk erg belangrijk dat het weggelopen kind naar school blijft gaan, liefst naar de eigen school. En dat de school informatie krijgt over het adres waar het kind opgevangen wordt.
- In principe blijven de ouders of voogd(en) verantwoordelijk voor de verzorgingskosten van het weggelopen kind. En ook voor ziektekosten- en andere verzekeringen.
Naar boven