U bent hier:Home Wat doet de Raad? Gezag en omgang na scheiding Als ouders gaan scheiden
Een scheiding betekent nooit een einde van het ouderschap. Gescheiden ouders behouden in principe samen het ouderlijk gezag. Dit betekent dat de ouders samen goede afspraken moeten maken over de verdeling van hun zorg- en opvoedingstaken van de kinderen na de scheiding: waar wonen de kinderen, hoe is het contact geregeld en hoe informeert men elkaar.
Tijdens een huwelijk zijn de ouders wettelijk verantwoordelijk voor de kinderen en dragen ze beiden het ouderlijk gezag. Samen zorgen ze bijvoorbeeld voor voeding, kleding, huisvesting en onderwijs, maar ook voor liefde en aandacht. De kinderen zijn op de zorg van beide ouders aangewezen.
Wanneer de ouders besluiten om uit elkaar te gaan, verandert hun verantwoordelijkheid voor de kinderen niet. Ze blijven de vader en moeder van de kinderen. Een scheiding betekent dus nooit het einde van het ouderschap. Gescheiden ouders behouden in principe samen het ouderlijk gezag.
Gescheiden ouders behouden dus in principe samen het ouderlijke gezag over hun kinderen en blijven ook na de scheiding voor hen verantwoordelijk. Dit is wettelijk bepaald. De rechter kan echter beslissen om van dit uitgangspunt af te wijken.
Verder staat in de wet dat kinderen en de niet-gezagsdragende ouder recht hebben op contact met elkaar. De niet - gezagsdragende ouder heeft bovendien recht op informatie en consultatie. Ook van deze uitgangspunten kan de rechter in het belang van de kinderen afwijken.
De ontwikkeling van kinderen kan bedreigd worden als ouders bij een scheiding langdurige en ernstige conflicten hebben, bijvoorbeeld over de kinderen. Het is daarom van groot belang dat ouders proberen om de gevolgen van de scheiding voor de kinderen zo veel mogelijk te beperken. Zo is het noodzakelijk dat de ex-partners goede afspraken maken over hoe ze na de scheiding de verdeling van zorg voor de kinderen vorm geven. Ze moeten dan beslissen waar de kinderen wonen, hoe ze het contact regelen en hoe ze elkaar informeren en consulteren over de kinderen. Natuurlijk is het belangrijk voor de kinderen dat de ex-partners de afspraken ook echt nakomen.
Lukt het de ouders niet om samen tot werkbare afspraken te komen of zich aan eerder gemaakte afspraken te houden, dan kunnen ze bijvoorbeeld een familielid, vriend of een professionele mediator vragen om te bemiddelen tussen hen beiden. Heeft dat geen resultaat, dan krijgen ze een oproep om op een zitting van de rechtbank te verschijnen.
Het is mogelijk dat de rechter de ouders voor bemiddeling bij het conflict alsnog doorverwijst naar een mediator of een hulpverlenende instantie. Een andere mogelijkheid is dat de rechter, tijdens de rechtszitting, aan de Raad voor de Kinderbescherming om onderzoek en advies vraagt.
