Kinderuitbuiting

Er is op dit moment veel aandacht voor uitbuiting van Roma-kinderen. Kinderuitbuiting is een vorm van mensenhandel. De Raad voor de Kinderbescherming werkt samen met ketenpartners om de mensenhandelaren aan te pakken en de kinderen uit deze criminele netwerken te halen.

Criminele netwerken zetten minderjarigen in voor het plegen van delicten zoals winkeldiefstal en zakkenrollerij. Ook komt het voor dat meisjes worden misbruikt, velen van hen raken al op jonge leeftijd zwanger. De kinderen gaan vaak niet naar school en hen wordt het recht op een normale toekomst ontnomen.

Van dader naar slachtoffer

De Raad voor de Kinderbescherming werkt samen met ketenpartners om de kinderen uit deze criminele netwerken te halen. Werden deze kinderen in het verleden als daders gezien, tegenwoordig worden ze als slachtoffers van kinderuitbuiting en mensenhandel gezien.

Het belangrijkste doel is om deze kinderen beter te beschermen en perspectief te bieden, indien mogelijk door terugkeer naar de eigen ouders of het land van herkomst.

Wat zien we

We zien verschillende situaties van kinderen in de criminele netwerken:

  • ze hebben veelal geen vaste woon- of verblijfplaats
  • ze reizen rond zonder contact met hun ouders, soms jarenlang
  • ze worden lichamelijk of geestelijk mishandeld en/of verwaarloosd
  • ze worden aangehouden in verband met zakkenrollerij of een ander vermogensdelict
  • ze hebben geen identiteitspapieren of deze zijn vervalst.

Daarnaast zijn de persoons- en contactgegevens van ouders vaak onbekend. Regelmatig melden zich volwassenen die claimen familie te zijn van een opgepakt kind, terwijl ze in werkelijkheid leden van een criminele organisatie zijn.

Samenwerking in Nederland

Om de kinderen uit de greep van de mensenhandelaren te houden, werken verschillenden partijen in Nederland samen. Denk aan de politie, het OM, het Leger des Heils, het ministerie van Veiligheid en Justitie en de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK).

De RvdK doet onderzoek naar wat het beste is voor het kind. Als het kind zonder ouders in Nederland verblijft, dan vraagt de RvdK bij de rechter om een voorlopige voogdijmaatregel zodat er wordt voorzien in gezag. Zijn er wel ouders maar beschermen zij hun kind onvoldoende tegen uitbuiting, dan vraagt de RvdK om een kinderbeschermingsmaatregel.