Weblog

Part of the job

“Vuile kuthoer!” schreeuwt hij, dan hangt hij op. Langzaam haal ik de telefoon van mijn oor. Niet wetende wat ik hier nu mee aan moet. Lachend zelfs een beetje, maar het is een opgelaten lachje. Hoewel de telefoon niet op speaker stond, was deze boze vader goed te verstaan door mijn collega’s die drie meter verderop zitten. Ze kijken me aan met een blik vol herkenning. We’ve been there, is de boodschap. Ja, I’ve been there too, en niet één keer.

Tijdens de lunch komen de verhalen naar boven, iedereen heeft wel iets te vertellen, het ene verhaal nog meer bizar dan het andere. Uitgescholden worden, bespuugd, een klap in je gezicht. Onderduiken met je kinderen, omdat een woedende cliënt je adres weet en zegt dat je ‘wel zal zien wat er gaat gebeuren’. Op huisbezoek je foto op het dartboard zien hangen. ’s Avonds geappt worden met dat het jouw schuld is wanneer diegene er morgen niet meer is. De veel gehoorde ‘als jij mijn kinderen pakt, pak ik die van jou’. Het maakt op dat moment veel indruk, maar we hebben een dikke huid, het is ons werk.

We hebben ook begrip, we snappen de emoties, de angst en de paniek. De kinderbescherming aan je deur is niet wat je noemt een feestje, we brengen vaak geen fijne boodschap. We komen aan het meest dierbare wat je als ouder hebt; je kind. We zijn kritisch op hoe dit kind wordt opgevoed, of het kind krijgt wat het nodig heeft en of het kind veilig is. We trekken een conclusie, maar we zijn niet overal bij. We baseren ons op informatie van professionals om het gezin heen en op wat ouders en kinderen ons vertellen. Vaak hebben we maar één gesprek met ouders en kind. Op basis van die informatie besluiten we soms dat het een ouder niet lukt om het kind te geven wat het nodig heeft. Dan willen we dat je het gezag gaat delen met een vreemde, die samen met jou gaat bepalen wat er goed is voor je kind. Soms vinden we zelfs dat je kind niet meer thuis kan wonen. Dat is kwetsbaar, ontzettend eng, voelt soms hartstikke oneerlijk en echt, dat begrijpen we. Maar is het daarmee geoorloofd om ons uit te schelden, ons te slaan of de mensen die ons lief zijn te bedreigen?
 

Nee, dit is niet oké. Net zoals ieder ander doen wij gewoon ons werk. Toch merk ik ook dat we er op de werkvloer luchtig over doen. Ik voel me dan ook een beetje beschaamd als ik zeg dat ik een melding wil maken van mijn telefoongesprek van vanochtend. Ik lig er niet wakker van dat iemand me een kuthoer heeft genoemd, dus wat is nou het punt? Ik weet dat het onder hulpverleners nog veel erger is dan bij ons en ik betrap mezelf op de gedachte dat ik ‘dan maar niet zonodig in de Jeugdzorg had moeten gaan werken’.  Ongemerkt ben ik woede en agressie van cliënten toch een beetje als part of the job gaan zien, en ik merk dat ik daar niet de enige in ben. Als je naar de cijfers kijkt, is dat ook niet gek. Uit de Factsheet Agressie Jeugdzorg 2017 komt naar voren dat agressie in de gehele jeugdzorg toeneemt en dat verbale agressie aan de orde van de dag is. In 2017 heeft 89 procent van de jeugdzorgwerkers één of meerdere keren te maken gehad met agressie door cliënten, op welke manier dan ook.

Niet gek dus, dat ik vind dat die kleine scheldpartij heus wel meevalt en ik het overdreven vind om er  melding van te maken. Maar toch maak ik die melding wel, want als we het bagatelliseren en het laten gaan, dragen we de boodschap uit dat je naar hartenlust jeugdzorgwerkers mag uitschelden, slaan en bedreigen. En dat is niet zo. Jeugdzorg is belangrijk werk. Jeugdzorg is werk waarin we ons elke dag opnieuw hardmaken voor de veiligheid van kwetsbare kinderen. En die veiligheid creëren , dat lukt alleen als we zelf ook veilig zijn.

Reactie toevoegen

U kunt hier een reactie plaatsen. Ongepaste reacties worden niet geplaatst. Uw reactie mag maximaal 2000 karakters tellen.

Uw reactie mag maximaal 2000 karakters lang zijn.

Reacties

Er zijn nu geen reacties gepubliceerd.