Weblog

Nee!

“Nee! Nee! Ik doe het niet, ik ga níet mee!” roept de grote, twaalfjarige jongen als ik ’s avonds tegenover hem op de bank zit. Ik heb hem net verteld dat hij en zijn zusje met ons mee gaan omdat mama niet zo goed voor ze zorgt. Zijn zusje dartelt in de tussentijd om ons heen met grote ogen en prachtige donkere lange haren. Ze zit bijna meteen bij me op schoot en zit ons beiden continu letterlijk te onderzoeken.

Ze lag al in bed met de telefoon van haar broer te spelen toen we binnen kwamen. Als ik aan de jongen uitleg waarom we vinden dat mama niet goed voor ze zorgt, onderbreekt zijn zusje ons met de woorden “Mama hem slaan! Mag niet!”. Ze maakt een slaande beweging richting haar broer. Ze klinkt en oogt jonger dan een meisje van haar leeftijd. Verontwaardigd vraagt ze me “Waarom jij mijn broer boos heb maakt?”.  Ik probeer haar uit te leggen wat we komen doen, maar ze is alweer afgeleid. Ze fladdert door de ruimte en lijkt haar eigen manier te vinden om met de situatie om te gaan.

Vragen

De jongen klaagt over buikpijn en wil nog steeds niet mee. Hij roept dat we maar met politie moeten komen en dat hij niet weg wil bij mama. Zijn zusje zegt wel vaker gekke dingen, die moeten we vooral niet geloven. Als ik op een gegeven moment merk dat zijn boosheid wat om begint te slaan in verdriet, vraag ik of ik naast hem mag komen zitten. Dat mag. Ik zeg hem dat hij niks fout heeft gedaan en dat dit niet zijn schuld is. En dat ik snap dat hij niet kan zeggen dat hij mee gaat, omdat hij mama nog steeds lief vindt. En mama hem ook. Hij hoeft die beslissing niet te nemen, die hebben wij al genomen. Ik complimenteer hem meerdere malen met het feit dat hij zijn gevoel zo goed kan verwoorden en hij groeit zichtbaar. Stukje bij beetje ontstaat er ruimte bij hem en begint hij vragen te stellen over waar hij en zijn zusje heen gaan. De weinige informatie die we over het pleeggezin weten deel ik met hem en ik vraag of hij nog meer wil weten. Er komen ineens een heleboel vragen: of ze huisdieren hebben (hij houdt niet van honden), of ze werken (dat kan best hoor, want hij kan heel goed voor zichzelf zorgen en alleen zijn, dat doet hij thuis ook altijd), hoe ze heten, hoe hun kind heet.

Ik spreek met hem af dat wij met ze meegaan en dat we pas weggaan als zij zich allebei op hun gemak voelen daar. Dat lijkt hij goed te vinden. Voorzichtig vraag ik of er spulletjes zijn die hij heel graag mee wil nemen, zoals een fijn kussen, een knuffel, speelgoed of foto. Hij kan niks bedenken. Ik kijk om me heen in de kleine woning van de opvanglocatie. De gemiddelde hotelkamer is groter en ik zie amper spullen of speelgoed liggen. We besluiten samen wat kleren te zoeken en ik schrik van het gebrek daaraan. We vinden slechts een paar kledingstukken en stoppen die in de tas; kapotte kleding, te kleine kleding en vies ondergoed. Ineens zegt hij geschrokken: “Oh, maar ik kan helemaal niet weg, want deze boeken moeten nog terug naar de bibliotheek!” De medewerker van de opvanglocatie biedt direct aan om deze voor hem terug te brengen en het probleem is opgelost.

Naar het pleeggezin

Na anderhalf uur op hem inpraten is hij om. Hij is wat nerveus, maar loopt zonder problemen mee naar de auto. Zijn zusje loopt braaf mee, nog steeds met de telefoon in haar hand. Het volume van het Engelstalige spelletje dat ze speelt staat hard en ze krijgt niks mee van wat er gebeurt. Ze is druk bezig om goed voor haar digitale kitten te zorgen. Eenmaal in de auto begint de jongen steeds meer te kletsen. Over hoe hij schrok toen we binnenkwamen, over hoe aardig hij ons vindt, over zijn hobby’s en interesses. Hij wil ook van alles over ons weten, zoals welke muziek wij luisterden toen wij tieners waren.

Het is bijna een gezellige rit. Hoe dichter we bij de bestemming komen, hoe stiller hij wordt. Ik vraag hem of hij het spannend vindt en als hij dit bevestigt leg ik nogmaals uit dat wij pas weggaan als hij zich ok voelt. Als we door de wijk rijden is hij verbaast dat er normale huizen staan. Als we parkeren zucht hij diep. We pakken de spullen uit en lopen richting het huis. Het is donker buiten en we kunnen naar binnen kijken. Hij roept ineens: “Het ziet er heel leuk uit!” en trekt bijna een sprintje naar de voordeur. Eenmaal binnen zegt hij binnen twee minuten dat hij zich er helemaal thuis voelt en hij kijkt tevreden rond. Zijn zusje heeft voor het eerst die avond geen telefoon in haar handen en neemt de omgeving in zich op. Ook hier is ze direct ongeremd en vrij, en ze onderzoekt alles en iedereen. Ze heeft binnen twee tellen de tablet gevonden die in de vensterbank achter de bank lag en rustig wordt haar verteld die even te laten liggen. De  jongen vindt direct aansluiting bij de zoon des huizes en ze hebben al snel gesprekken  over games en andere tienerinteresses. We drinken een kopje thee met elkaar en laten iedereen even landen. De jongens gaan naar boven om te gamen.

Na een tijdje loop ik naar boven waar ik ze druk in gesprek tref. Ik vraag of hij wil dat wij iets over hem vertellen aan de pleegouders of dat hij dat liever zelf doet. Hij vindt het goed als wij al iets vertellen, maar zal dat de volgende dag zelf ook doen. Als ik weer naar beneden loop roept hij me terug. Hij geeft me een hand, kijkt me doordringend aan en zegt: “Bedankt dat je me hebt weggehaald.” Ik slik even en glimlach naar hem. Die zag ik niet aankomen. Ietwat verbouwereerd loop ik naar beneden.

Even later komen de jongens weer naar beneden en wij vragen of hij voldoende op zijn gemak is of dat hij wil dat we nog even blijven. Hij zou het wel gezellig vinden als we nog even blijven, maar het is niet meer nodig. Ik vertel hem dat wij dan gaan en beloof dat ik een week later terug zal komen om met hem te praten over het verleden, de toekomst en wat hij graag zou willen. Dat vindt hij fijn. Bij het weggaan bedankt hij me nog twee keer.

Weer een teleurstelling

Na twee dagen in het pleeggezin heeft de jongen gevraagd of de pleegouders al wisten wanneer zij hun eigen kinderen zouden worden. Na vier dagen komt het bericht dat de pleegouders het niet zien zitten omdat het lastig te combineren is met de problematiek van hun eigen kind. De kinderen mogen maximaal nog twee dagen blijven.
Mijn hart breekt. Deze kinderen hebben in nog geen jaar tijd veel te verwerken gehad: huiselijk geweld, ouders gescheiden, moeder met de kinderen gevlucht naar het buitenland, terug in Nederland verschillende locaties van een opvanglocatie bewoond, meerdere scholen bezocht, met spoed uit huis geplaatst in een perspectief biedend pleeggezin en dan ook hier niet kunnen blijven? Hiervoor hebben we ze niet met spoed uit huis gehaald.
De jongen vindt het verschrikkelijk en snapt niet waarom hij weer weg moet. Hij is boos en weigert mee te gaan over twee dagen. Ook hier geeft hij aan dat hij alleen met politie weg zal gaan. Het is ook niet te snappen.

Op de dag dat ik bij hem langs zou komen heeft hij het slechte nieuws gekregen. Ik besluit hem te Facetimen zodat ik hem wel spreek, maar hij niet de zoveelste instantie op de stoep heeft staan. Tijdens het gesprek probeer ik dezelfde connectie met hem te maken zoals me eerder die week gelukt was. Het is lastig, want de vervolgplek is ook geen blijvende plek. Maar hier kunnen ze wel goed kijken naar wat hij nodig heeft en hij kan samen blijven met zijn zusje. Ik vertel hem dat ik ook heel boos ben, maar dat het voor nu niet anders is. Na lang mokken en mopperen lijkt hij overstag te gaan. De dag van de overplaatsing verloopt zonder problemen.

“Bedankt dat je me hebt weggehaald”

Bedankt

Twee weken later ga ik bij hem langs in het observatiepleeggezin en hij is enthousiast om me te zien. Hij voelt zich, ook hier, zichtbaar thuis, evenals zijn zusje. In de keuken gaan we samen in gesprek over de reden van de uithuisplaatsing, zijn ouders, zijn zusje en de toekomst. Hij is ontzettend open en vertelt gruwelijkheden waar je buikpijn van krijgt. Voor hem was dit de normaalste zaak van de wereld, maar hij lijkt te zijn gaan beseffen dat het toch niet helemaal zo hoort. Tegelijkertijd blijft hij zichzelf de schuld geven van sommige dingen. Als we het hebben over dat er niet altijd eten in huis was, geeft hij direct zichzelf de schuld: “Maar ik kan heel veel eten hoor! Daardoor was het soms op.” Ik vraag hem of hij hier wel eens geen eten heeft en hij realiseert zich dat dit niet zo is. Hij kan er maar moeilijk bij dat dit zijn schuld niet is, net als veel andere dingen.

De jongen praat veel en druk en de tijd vliegt voorbij. Hij vertelt dat zijn hoofd er leeg van raakt en dat dit fijn is. Ik laat hem nog langer doorpraten. Net zo lang als hij zelf wil. Na ruim een uur raakt de koek op. De pleegmoeder komt even kijken en ik vertel haar hoe trots ik op hem ben. Hij heeft veel verteld en kan goed over zichzelf praten. Ik zie hem weer groeien. Ik pak mijn spullen in, geef hem een hand en bedank hem voor zijn openheid. Hij kijkt me aan en zegt voor de zoveelste keer in twee weken: “Echt, bedankt dat je me hebt weggehaald. Heel erg bedankt.”

Reactie toevoegen

U kunt hier een reactie plaatsen. Ongepaste reacties worden niet geplaatst. Uw reactie mag maximaal 2000 karakters tellen.

Uw reactie mag maximaal 2000 karakters lang zijn.

Reacties

  • Boeiend verhaal en erg leuk geschreven. Leuke manier om ervaringen te delen.

    Van: Martijn Gilbers | 26-03-2019, 08:37