VR-experience: wat iemand met een licht verstandelijke beperking ervaart

De Raad voor de Kinderbescherming probeert op veel manieren zich beter in te leven in de wereld van kinderen met een licht verstandelijke beperking. Een van die methoden is de Virtual Reality-experience, ontwikkeld in opdracht van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Hiermee staan professionals letterlijk in de schoenen van een cliënt met een LVB. Op verzoek van de RvdK zette journalist Saskia Klaassen de VR-bril op.

Daar sta ik dan. Score 50, een totale mislukking

Mijn handen zijn klam en mijn shirt kleeft aan mijn rug. Met koptelefoon en VR-bril op doolde ik tien minuten als bezoeker met een licht verstandelijke beperking door een virtueel gemeentehuis, op zoek naar de juiste spreekkamer. Ik ben bijna opgelucht als ik de apparatuur weer af mag doen. Ik heb me in jaren niet zo machteloos gevoeld. Heel vroeger misschien, toen ik als vijfjarige tijdens een bruiloft verdwaalde en op een andere receptie belandde. Een vreemde situatie, de weg kwijt. Uit pure onmacht verstopte ik me onder een tafel.

Cognitieve test

Het gaat al mis bij de balie: ik had eerst een nummertje moeten trekken. En dan graag bij het goede nummertjesapparaat, want er zijn er twee. Eerst een keuze maken natuurlijk, maar het touchscreen kan ik nauwelijks lezen. Waarom ben ik hier ook alweer? Oh ja, voor een cognitieve test. Ik tik de keuze aan. Ik moet bij balie 4 zijn, maar zie alleen borden met balie 89-100, 69-84 en 150-169. Waar is balie 4?

Onvriendelijke stem

‘Hier moet je zijn’, zegt een ongeduldige stem. Maar als ik opzij kijk, zie ik niets. ‘Achter je, kijk dan.’ Ik ben mijn oriëntatie volledig kwijt. Gelukkig geeft de dame van balie 4 mij het kamernummer waar ik me kan melden. Maar nu ben ik te laat, meldt de persoon die me bij de testkamer opvangt. ‘Mijn collega neemt het van me over.’ Ik word afgeleid door een voicemailbericht van mijn moeder (‘Zet ‘m op, je kan het!’) en stap wat beduusd de spreekkamer in, niet zeker of ik aan deze verwachtingen kan voldoen. Een onvriendelijke stem beveelt me dat ik in een cirkel moet gaan staan. 

Mislukking

Rechts op de muur een scherm met de schaduw van een ingewikkelde vorm. ‘Is dat een vogel, een spin, een E of een M?’, snauwt de onderzoeker. Geen idee, het zweet breekt me uit. Ik druk op de M en een zoemer gaat af. ‘Stop maar, ik weet voldoende.’ Daar sta ik dan. Score 50. Geen idee hoeveel ik had kunnen halen, maar zo te horen is het slecht. In de ruimte achter de spreekkamer overlegt de onderzoeker telefonisch met een collega. Ik voel me een totale mislukking.

Jeugdstrafrechtketen

‘Heftig hè?’, knikt Alex Tavassoli van Enliven Media. Dit bedrijf ontwikkelde de LVB-experience samen met de (jeugd)strafrechtketen in opdracht van het ministerie van Justitie en Veiligheid. In 2015 introduceerde het bedrijf al ‘Vergeet Mij Niet’, een instrument waarmee het perspectief van slachtoffers bij huiselijk geweld kan worden beleefd door middel van virtual reality. Na een laatste doorontwikkeling wordt de LVB-experience straks gebruikt bij trainingen van medewerkers van de RvdK. Hij wordt nu al gebruikt om medewerkers een indruk te geven van de training. Ook krijgt het hulpmiddel een plek in het onderwijs aan toekomstige collega’s in de (jeugd)reclassering. ‘We hadden laatst een vader en zoon die de beleving testten. De zoon had een LVB. Dit is exact wat ik meemaak, wat fijn dat pap het nu ook eens kan ervaren, zei de zoon. De vader was er stil van.’

SCIL biedt snel duidelijkheid over LVB

Professionals in de (jeugd)strafrechtketen denken dat ze cliënten met een licht verstandelijke beperking (LVB) goed kunnen herkennen, maar dit is niet altijd het geval. Daarom gebruikt de Raad voor de Kinderbescherming een screeningsinstrument genaamd SCIL dat is ontwikkeld door Hogeschool Leiden.

Met behulp van deze SCreening voor Intelligentie en LVB (SCIL) kunnen jeugdbeschermers snel vaststellen of er mogelijk sprake is van een licht verstandelijke beperking. Het instrument geeft geen diagnose, maar blijkt in negen van de tien gevallen correct. Er is een test voor veertien- tot zeventienjarigen en een voor achttien-plussers. Afname kost meestal tien tot vijftien minuten.

Het screeninginstrument is daarmee een hulpmiddel om maatwerk en bescherming te bieden aan mensen met een LVB. De vragen in een onderzoek van de RvdK zijn voor jongeren met LVB-indicatie vaak te moeilijk. Om betrouwbare informatie te kunnen krijgen, moet de raadsonderzoeker zijn gespreksvoering afstemmen op de jongeren. Pas dan kan de raadonderzoeker een goed beeld krijgen van de persoon en de omstandigheden van de verdachte en een passend advies geven dat ook bijdraagt aan een goed toekomstperspectief voor de jongeren.

Het afgelopen jaar kregen raadsonderzoekers van verschillende locaties uitleg over de kenmerken van een jongere met en licht verstandelijke beperking en de SCIL-methode. Na een korte training kan SCIL door alle getrainde medewerkers van de RvdK worden afgenomen.