Aangifte strafbare feiten

De Raad voor de Kinderbescherming moet aangifte doen bij de politie van strafbare feiten die raadsmedewerkers te weten zijn gekomen, tenzij dat niet in het belang van het kind is.

Om welke strafbare feiten gaat het?

De strafbare feiten waar het in het werk van de raadsmedewerker om gaat:

  • strafbare feiten gepleegd door een jongere
  • andere strafbare feiten, bijvoorbeeld fraude of mishandeling door ouders
  • bedreiging van een raadsmedewerker of fysiek geweld tegen een raadsmedewerker.

De Raad voor de Kinderbescherming doet aangifte van strafbare feiten of van het vermoeden van strafbare feiten.
Als de aangifte niet in het belang is van de jongere, kan de RvdK besluiten geen aangifte te doen.

Rechten en plichten bij strafbare feiten

Voor de Raad voor de Kinderbescherming gelden de volgende rechten en plichten:

Aangifteplicht

Er is een algemene aangifteplicht bij ernstige misdrijven. Iedere Nederlander die iets weet over een ernstig strafbaar feit, bijvoorbeeld waardoor iemand is overleden, moet hiervan aangifte doen.
Daarnaast is er een aangifteplicht voor ambtenaren, zoals raadsmedewerkers. Zij moeten aangifte doen als zij informatie hebben over specifieke strafbare feiten gepleegd door ambtenaren, bijvoorbeeld machtsmisbruik.

Aangiftebevoegdheid

Iedereen die iets weet over een strafbaar feit, mag daarvan aangifte doen. Raadsmedewerkers volgen hiervoor een zorgvuldige interne procedure.

Informatieplicht

Raadsmedewerkers zijn verplicht om informatie te geven in een strafrechtelijk onderzoek als de politie, de officier van justitie of de rechter-commissaris (rechter die voorwerk doet in een strafzaak) hierom vragen.

Er zijn uitzonderingen op de informatieplicht. Dit heet verschoningsrecht. Een uitzonderingssituatie kan zijn dat het geven van deze informatie niet in het belang is van het kind.

Zie ook

  • Rijksoverheid Informatie over de aanpak van geweld tegen werknemers met een publieke taak.