Het recht op het maken van geluidsopname

Een cliënt heeft het recht een geluidsopname te maken van een gesprek met een medewerker van de Raad voor de Kinderbescherming. Dit recht heeft beperkingen. Ten eerste als de opname niet alleen voor eigen gebruik is. Ten tweede als de geluidsopname de privacy van anderen schendt.

Vragen om toestemming voor geluidsopname

Voor het opnemen van een gesprek met een medewerker van de Raad voor de Kinderbescherming is toestemming nodig. Een cliënt kan op elk moment vóór het gesprek aan de medewerker vragen of hij het gesprek mag opnemen.

In principe geeft deze medewerker zijn toestemming. Als hij geen toestemming wil geven, omdat hij twijfelt over de goede bedoelingen van de cliënt, overlegt hij dit eerst met zijn leidinggevende. Eventueel kan hij ook een juridisch deskundige raadplegen.

Als er anderen aanwezig zijn bij het gesprek waarvan de cliënt een geluidsopname wil maken, moeten die ook toestemming geven. Als iemand geen toestemming geeft, mag de cliënt de geluidsopname niet maken.

Medewerkers van de Raad voor de Kinderbescherming maken zelf geen geluidsopnamen, niet voor eigen gebruik en ook niet voor cliënten.

Geen toestemming voor geluidsopname

Als de cliënt geen toestemming krijgt, dan kan hij de medewerker om een toelichting vragen. Als de cliënt het hier niet mee eens is, kan hij een klacht indienen bij de locatie.

Geen recht op het maken van beeldopname

Een beeldopname van een gesprek met een medewerker van de Raad voor de Kinderbescherming mag nooit.