Kijk op kinderbescherming in... Rotterdam-Dordrecht

De Kinderbescherming kan niet stilzitten als de samenleving verandert, vindt de Rotterdamse regiodirecteur Peter van Eijk. Volgens van Eijk moet de organisatie een antwoord hebben op het streven van de overheid naar een participatiemaatschappij. En een mening durven geven over een fenomeen in opkomst, zoals thuisonderwijs.’ ‘Waar wij ons over buigen is: wanneer wordt dat schadelijk voor de ontwikkeling van kinderen?’

Van EiJk gelooft dat de Kinderbescherming moet meebewegen met veranderingen in de maatschappij. Een verandering die om aanpassing vraagt, is volgens de regiodirecteur dat de overheid burgers vraagt om zelf meer op te lossen. Peter van Eijk in het interview: “De overheid wordt terughoudender en wil dat de samenleving meer participeert. Wij moeten ons ook naar die verandering verhouden.” In de transitie van de jeugdzorg naar de gemeenten per 1 januari 2015 wordt dit volgens hem zichtbaar. De gedachte hierachter is de zorg dichter om de mensen te organiseren. Een mooie voorloper van dit meer lokale organiseren van de zorg is het in 2013 in Rotterdam-Zuid gestarte - en nu in de hele regio ingestelde - ‘Beschermingsplein’.

Op dit plein spreken dagelijks deskundigen over probleemgezinnen. Volgens Van Eijk werkt het erg goed om de krachten te bundelen met ketenpartners zoals de psychiatrie en gemeenten. Het lijkt erop dat zo vaker escalatie van problemen in gezinnen kan worden voorkomen. En dit maakt weer dat gedwongen maatregelen, zoals ondertoezichtstellingen, minder vaak nodig zijn. Voor dit streven naar het voorkomen van gedwongen maatregelen is iets te zeggen, vindt Van Eijk. “Ons land kent veel ondertoezichtstellingen vergeleken met andere landen. We hebben ook betrekkelijk veel kinderen in internaten. We grijpen dus relatief snel in.” Hij voegt er direct aan toe dat het terugbrengen van ondertoezichtstellingen nooit een doel op zich moet worden. “Er zit misschien ook een andere kant aan die vele ondertoezichtstellingen. Nederland kent ook de meest gelukkige kinderen ter wereld. Wellicht danken we dat deels wel aan tijdig ingrijpen.”