Kijk op kinderbescherming in... Zuidoost-Nederland

Tijdens een bezoek aan de vestiging van de Raad voor de Kinderbescherming in Den Bosch, stuit je op de harde realiteit. Bij de balie van het gebouw, waarin ook de Immigratie- en Naturalisatiedienst is gevestigd, staan nat geregende asielzoekers die zich willen laten registreren. Op hetzelfde moment meldt zich een zichtbaar vermoeide moeder die dringend met de Kinderbescherming wil praten.

Vluchtelingen? Daar moeten we nu wat mee!

Benjamin Jansen in het interview: “De vluchtelingenstroom levert problematiek op zoals kinderen zonder familie en kinderen met ernstige trauma’s. Wij hebben op dit punt bruikbare kennis in huis. We zaten met de vraag: doen we daar nu iets mee? Of: laten we dat uit handen vallen om productie te draaien en onderzoeken weg te werken? Ik heb gezegd: we hebben nú een vluchtelingenstroom, we moeten nú wat doen. We kunnen het ons niet veroorloven om daar geen aandacht aan te besteden.” Jansen is kritisch over de boekhoudkundige manier van budgetteren van de Raad voor de Kinderbescherming. “Deze houdt geen rekening met variatie, wat wachttijden garandeert. Verder zit er geen mechanisme in om te investeren in innovatie. Daardoor is innovatie afhankelijk van wat de individuele regiodirecteur ermee doet.”

Luisteren

Jansen hoopt dat de Kinderbescherming meer innoveert. Hij ziet de transitie als een kans om de organisatie nog eens goed op de kaart te zetten. Hij benadrukt het belang van luisteren naar ouders van kinderen of probleemjongeren. “Dan hoor je dingen die nuttig zijn. Je leert waar ze echt mee te maken hebben en soms krijg je ook kritiek. Dat is prima. Want die confrontatie leidt tot inspiratie.”