"Het was vaders diepste wens zijn kinderen nog te zien"

Marieke* is raadsonderzoeker bij de Raad voor de Kinderbescherming. Met haar zestien jaar ervaring heeft ze vaker heftige zaken onder haar hoede. Een conflictscheiding met een terminaal zieke vader bleef haar het meest bij. Ze maakte zich sterk om de kinderen snel in contact te brengen met hun vader.

Het is een regenachtige dag in 2013 als Marieke een nieuw dossier opent. Een scheiding. Moeder is weggegaan met twee puberkinderen van 12 en 14, vader is alleen achtergebleven in het huis. Er is veel gebeurd in huwelijk, het contact is nu slecht. De moeder weigert de kinderen naar hun vader te laten. Na onderzoek volgt er een ondertoezichtstelling.

Vader is ziek, leest Marieke ook. Hij heeft tegen de melder gezegd dat hij niet lang meer te leven heeft. Dat alarmeert haar: wat heeft een ondertoezichtstelling nog voor zin als vader snel zal sterven? Er is een palliatieve verzorger aanwezig bij vader thuis, waardoor dat niet uit te sluiten is. Na overleg met haar teamleider neemt Marieke contact op met beide ouders.

Pubers op bankje buiten

Emotioneel weerzien

“Eerst spreek ik moeder. Ze is boos, opstandig en wil liever niet meewerken. Hij stelt zich aan, zegt ze. Later die week komt de vader bij mij op kantoor. Ik schrik als ik hem zie, en ben zelfs verbaasd dat hij hier op eigen kracht heeft kunnen komen. Ik merk het aan alles: deze man is aan het eind van zijn leven. Hij vertelt me over zijn leven, dat van jongs af aan zwaar is geweest.  Ik realiseer me dat ik in het belang van de kinderen snel moet handelen. Er is niet veel tijd meer om hun vader te kunnen zien.

Dankzij mijn teamleider, een gedragsdeskundige en een jurist mogen we in deze zaak afwijken van het protocol. Het lukt me een ontmoeting te regelen, het hele gezin komt naar ons kantoor. De vader wacht boven. Hij ziet er zo zwak uit dat ik een collega vraag bij hem te blijven terwijl ik de kinderen haal. Bij de auto van de moeder verloopt het moeilijk. De moeder zit mopperend in de auto, en laat het aan mij over om de kinderen mee te krijgen. Eén weigert, de ander wil mee.

Eenmaal boven volgt een emotioneel weerzien. Ze vallen elkaar in de armen en vader leest een tekst voor die hij heeft voorbereid. Het is heel liefdevol. Na afloop is de vader dankbaar. Maar hij geeft ook aan dat hij het moeilijk vindt dat zijn andere kind deze woorden niet heeft kunnen horen. Ik stel daarom voor om een brief te schrijven. Dat vindt hij een goed idee, maar door zijn ziekte kan hij de brief niet meer zelf schrijven. Ik bied aan dat voor hem te doen en beloof dat ik hem een opzet zal sturen.”

Afwachten

“Enkele dagen later heb ik een belafspraak om mijn opzet van de brief door te nemen. Op het afgesproken tijdstip neemt hij niet op. Vreemd, want hij was tot nu toe heel stipt in het nakomen van afspraken.

Een dag later bel ik nog eens, en tot mijn verrassing wordt de telefoon opgenomen. Het is zijn zus, die me vertelt dat de vader overleden is. Zij heeft hem de dag ervoor zelf gevonden. De zus weet wie ik ben en wat de RvdK voor hen heeft betekend om het contact tussen vader en kinderen nog mogelijk te maken. De brief ligt voor haar op tafel. Zou die nog naar de kinderen gebracht kunnen worden? Ik beloof dat ik dat zal doen en sluit daarmee de zaak af.

Dit gezin heeft me geraakt. Ik heb er ook van geleerd. Namelijk dat het zo ontzettend belangrijk is om te goed te kijken en te luisteren naar alle feitelijke gegevens, naast het vertrouwen op je gevoel. Ik vond de wending van deze zaak door het ziek zijn van deze vader heel treffend, want ik wist niet hoe het zou kunnen lopen. Ik ben blij dat we de ontmoeting en de brief nog hebben kunnen regelen voor deze kinderen en hun vader.”

*Deze naam is om privacyredenen gefingeerd. De werkelijke naam is bekend bij de RvdK.