Raadsonderzoeker Hatim: “Ik wil jongeren prikkelen om zelf na te denken”

Sinds zestien jaar werkt Hatim als raadsonderzoeker, waarvan de laatste elf in Arnhem. De dynamiek en maatschappelijke veelzijdigheid van het werk, gecombineerd met een kwetsbare doelgroep als adolescenten maakt het voor hem uitdagend en zinvol.

Dynamiek

“Op een donderdag kregen wij een melding binnen van een veertienjarige jongen die werd verdacht van poging tot doodslag. Dat betekende werk aan de winkel omdat de dag daarop een rapport moest klaarliggen bij de rechter-commissaris.

We hadden dus slechts een paar uur om de jongere, zijn ouders en de informanten zoals de school te spreken. Op zo’n moment ben ik volledig gefocust informatie aan het verzamelen, zodat ik de dag daarna een gedegen advies kan uitbrengen. Tegelijkertijd maakt die tijdsdruk en dynamiek zo’n zaak uitdagend omdat je in zeer kort tijdsbestek veel informatie moet vergaren.”

Spanningsveld

“Primair doel van mijn werk is ervoor zorgen dat minderjarigen niet in herhaling vallen. Vanuit dat gegeven kijken we naar wat het beste is voor het kind. Bij deze zaak ging het om een jonge jongen, die verdacht wordt van een zeer ernstig feit. Bij de voorgeleiding aan de rechter-commissaris kwamen essentiële en complexe vragen aan de orde. Moet hij in bewaring worden gesteld of naar huis, en als hij naar huis gaat: onder welke voorwaarden? Het spanningsveld tussen ‘het beschermen van het kind’ en de maatschappelijke kaders is groot. Hoe reageert de maatschappij als iemand na een dag vrijkomt bij een dergelijk delict? De geschokte rechtsorde is een belangrijke overweging voor de rechter-commissaris. Ook bespraken we recidivegevaar, een veiligheidsplan, zijn cognitieve vermogens en persoonlijkheid. Voordeel was dat de media vrijwel geen aandacht aan deze zaak hebben besteed. Dat gaf rust, want media kunnen soms door ongenuanceerde berichtgeving mede aanleiding zijn voor maatschappelijke onrust.”

Samenwerking

“De jongen is de oudste uit een groot gezin, en hoewel zijn ouders meewerkten, was vader regelmatig afwezig. Met zijn oma voerde ik al snel diverse gesprekken. Mijn eerste gesprek was niet makkelijk. Vanaf het moment dat ik haar vroeg mee te willen denken en wat zij de jongen kon bieden liep het contact anders. Zo konden we in het veiligheidsplan opnemen dat de jongen direct na schorsing naar zijn oma kon vertrekken.

 ‘Ik sta met dit werk midden in de maatschappij.’

Helaas liep het opnieuw mis toen hij na de zomervakantie terugkwam op school en zijn schorsingsvoorwaarden schond. Toen moest hij alsnog naar de jeugdgevangenis. Daar ging het van kwaad tot erger, zodanig dat ook de behandelaars zich geen raad wisten en hij zelfs een aantal keren in de isoleercel belandde. De school kon hem eigenlijk ook niet meer aan. Toen heb ik geadviseerd de jongen in een gestructureerd milieu te plaatsen waar hij veel kan leren. De ouders konden dat namelijk in de thuissituatie niet bieden. In samenwerking met de gemeente hebben we een passende plek gevonden in een gesloten inrichting van Jeugdzorg Plus. Nu gaat het goed met hem.”

Maatwerk

“Het is wetenschappelijk aangetoond dat mensen niet bepaald beter worden van detentie. Maar wat werkt wel? Aan ons de taak dat in kaart te brengen en dat maakt het raadswerk maatwerk. Dat is niet eenvoudig, maar het levert de grootste voldoening als het wel lukt. Primair doel is preventief ingrijpen om te voorkomen dat de jongere -van kwaad tot erger- in herhaling valt. In deze casus is dat ons gelukt. Daarnaast heb ik inzichten aan de ouders en overige familieleden kunnen geven. Want ook al werkten de ouders mee aan het traject, ze hadden weinig vertrouwen in Nederlandse instanties. Maar toen de jongen eenmaal op zijn plek was beland en het goed deed, nam de afwerende houding ten aanzien van instanties ook af. Ze kregen zelfs meer vertrouwen.”

Zinvol

“Werken bij de Raad voor de Kinderbescherming is veelzijdig. Daarnaast biedt de Raad veel mogelijkheden in de vorm van opleidingen, deskundigheidsbevordering en intervisie. Dit werk vraagt doortastend handelen en stressbestendigheid en een groot inlevingsvermogen. Adolescenten zijn een kwetsbare, maar ook heel interessante doelgroep. Zij kunnen vaak nog geen onderscheid maken tussen oorzaak en gevolg en daarmee de consequenties van hun daden niet goed overzien. Ik probeer in gesprekken de jongeren zodanig te prikkelen, dat ze zelf gaan nadenken. Dat maakt mijn werk zinvol. Bovendien sta ik met dit werk midden in de maatschappij. Strafzaken zijn een blauwdruk van de veranderende samenleving; maatschappelijke veranderingen vertalen zich door in de delicten. Dat blijft boeiend.”