Raadsonderzoeker Jannet: “Als raadsonderzoeker kun je iets bijdragen aan de samenleving”

Als Jannet moet notuleren tijdens een vergadering over de kauwbaarheid van een snoepje, gaan bij haar de alarmbellen af. Moet ze hier tot aan haar pensioen voldoening uithalen? Ze besluit van niet. Ze zegt haar baan als directiesecretaresse bij een snoepjesfabrikant op en gaat op haar 35e pedagogiek studeren om in de jeugdzorg te gaan werken. Na eerst groepsleider en gezinsvoogd te zijn geweest, werkt ze sinds een jaar als raadsonderzoeker. “Hiermee kan ik echt iets betekenen voor kinderen.”

“Het klinkt cliché, maar ik kan met mijn werk een verschil maken voor kinderen die bedreigd worden in hun ontwikkeling. We kregen bijvoorbeeld laatst een zaak binnen met hoge prioriteit. Twee meisjes waren vrijwillig uit huis geplaatst door de moeder, wat we moesten handhaven omdat de moeder de opvoeding niet meer trok. Wij hebben toen direct contact gehad met de ketenpartners en groot overleg gepleegd waar de ouders bij betrokken waren. Er werden afspraken gemaakt in het belang van de meisjes. Het onderzoek was binnen twee weken afgerond en kon versneld bij de rechter terecht. Dankzij onze goede contacten met de jeugd- en gezinsbeschermers kon snel daarna een gezinsvoogd starten om het gezin weer op de rit te krijgen. Het doet me goed dat de meisjes mede door ons gekregen hebben wat ze nodig hebben.”

Tastbaar en concreet

“Voordat ik raadsonderzoeker werd, werkte ik zelf als gezinsvoogd. Eerst in Dordrecht en sinds 2010 in Alkmaar. Dat wilde ik al worden sinds ik pedagogiek ging studeren. Het sprak me aan om een gezin langere tijd te helpen en de regie te hebben over de hulpverlening. Maar na acht jaar werd het me te zwaar: de boze ouders die je steeds weer terugzag, het vreselijke leed van de kinderen en de weinige successen die ik leek te boeken. Als gezinsvoogd moet je dankbaar zijn met elk klein detail, terwijl je als raadsonderzoeker iets concreets en tastbaars kunt overhandigen: een onderzoek met advies. Die bevestiging had ik nodig in mijn werk, daarom stapte ik over.”

Dynamisch

“Tijdens een raadsonderzoek spreek je veel verschillende partijen. Allereerst spreek je ouders, kinderen, scholen, Veilig Thuis en huisartsen om de situatie van het kind in kaart te brengen. Vervolgens overleg je met  juristen, gedragsdeskundigen en collega-raadsonderzoekers over de beste oplossing. Dat vind ik zo leuk aan dit werk. Als raadsonderzoeker ben je onafhankelijk en verantwoordelijk voor je eigen proces. Je laat je besluit beïnvloeden door deskundigen en legt het vervolgens voor aan de ouders en rechter. Daarna is jouw taak volbracht en pak je de volgende zaak op. De dynamiek in het werk is groot en dat werkt voor mij heel prettig.”

Loslaten

“Tegelijkertijd is het werk pittig. Je ziet zoveel ellende, dat het huilen je soms nader staat dan het lachen. Tijdens je onderzoek krijg je maar één echte kans om een kind te leren kennen. In dat gesprek moet je alles te weten zien te komen. Dat vraagt van de raadsonderzoeker om een groot luisterend oor en de durf om door te vragen. Bovendien moet je als raadsonderzoeker verhalen kunnen loslaten, omdat zaken elkaar snel afwisselen. Vanuit mijn achtergrond als gezinsvoogd was dat schakelen, omdat ik het tegenovergestelde gewend was. Maar inmiddels wil ik niets liever dan raadsonderzoeker zijn. Het is uitdagend en sluit aan op mijn christelijke overtuiging om anderen te helpen. Ik blijf hier tot mijn pensioen.”