Raadsonderzoeker Liesbeth: je voelt verantwoordelijkheid voor kinderen en gezinnen

10 april 2020 - Het thuiswerken tijdens de coronacrisis gaat Liesbeth goed af. Er is altijd een ouder thuis om de zoon van 12 te helpen bij zijn huiswerk. Ook hebben zij het geluk dat haar vriend een eigen kantoor heeft in de buurt. Daar maken zij om de beurt gebruik van.  “Het is nog moeilijk om vast te houden aan een dagstructuur. Maar je moet ook niet te streng zijn voor jezelf. Wij maken er het beste van”.

“Wel mis ik soms mijn collega’s om mij heen. Zeker als je net een heftig telefoongesprek hebt gehad en even stoom moet afblazen. Daarnaast ben ik ook voorzichtig in wat ik mijn zoon wil laten meekrijgen van mijn werk. Het zijn toch vaak heftige onderwerpen.”

Het werk van de Raad voor de Kinderbescherming gaat door. Ook nu. Want huiselijk geweld, mishandeling en conflictscheidingen laten zich niet stoppen door het coronavirus. Dat betekent wel dat we het werk anders moeten doen. Liesbeth vertelt hoe zij dit doet. 

Beeldbellen

“Alle onderzoeken lopen gewoon door. Nu Skypen we of bellen we met onze cliënten. Vaak vraag ik aan mijn cliënt of ze kunnen bellen met beeld. In veel zaken wil je de omgeving kunnen zien of juist iemands gezicht en emotie kunnen peilen. In het basisteam hebben we gesproken of je iemand hierin de keuze geeft of niet, sommige cliënten willen écht niet bellen met beeld, wat doe je dan? De gesprekken verlopen goed, maar het is wel echt anders dan een huisbezoek. Je mist de spanningen, zenuwen of soms zelfs de geur van een huis, een gevoel bij je gesprek. Er is minder diepgang mogelijk en dat maakt sommige zaken wel ingewikkelder.”

Ernst van de zaak

“Cliënten reageren erg wisselend op telefonische gesprekken. In gezags- en omgangszaken zijn ouders erg flexibel en denken graag mee, omdat ze veel belang hebben bij jouw advies. Terwijl in beschermingszaken ouders je soms wegdrukken en helemaal geen contact willen. Laats wilde ik graag een meisje spreken en haar zien in haar omgeving. Haar moeder wilde dit niet. Gelukkig had ik al veel informatie waardoor ik wel een advies kon geven, maar liever heb je een totaalbeeld om zo goed mogelijk de veiligheid in te schatten. Je voelt verantwoordelijkheid voor kinderen en gezinnen. Toch kun je als Raad voor de Kinderbescherming goed uitleggen waarom het contact belangrijk is en waarom wij graag contact willen met cliënten. De ernst van de zaak is vaak snel duidelijk.”

Afstemmen met ketenpartners

“Naast het reguliere raadswerk, val ik af en toe in op de spoed. Ik merk dat wij meer worden gebeld voor afstemming met onze ketenpartners. Bijvoorbeeld wijkteams die zich heel verantwoordelijk voelen voor hun zaken en zorgen hebben, maar op dit moment minder  zicht hebben op cliënten. Zij zoeken dan sneller afstemming met de Raad voor de Kinderbescherming en vragen ons advies over mogelijke maatregelen.”

Veiligheidsafspraken

“In de meeste onderzoeken maken we nu juist meer veiligheidsafspraken. Normaal gesproken heb  je tot de zitting (mede) de verantwoordelijkheid over de veiligheid van het gezin, dat is nu niet anders. in deze tijd probeer ik de lijntjes met een cliënt wel korter te houden en probeer  ik wat vaker  te bellen. De samenwerking met ketenpartners verloopt hierin ook goed. Er is veel betrokkenheid en iedereen is erg bereid om mee te denken. Iedereen zit toch in hetzelfde schuitje en je moet samen kijken hoe we dit tot een goed einde brengen.”