Raadsonderzoeker i.o. Roy: empathie tonen bij beeldbellen is lastig

Hij heeft zijn slaapkamer omgebouwd tot werkkamer, want: ‘ons werk vraagt privacy’. Roy is raadsonderzoeker in opleiding en woont bij zijn ouders. Zij werken nu ook vanuit huis. Roy zit in zijn laatste jaar van de opleiding pedagogiek. Hij is nu ruim een jaar in opleiding bij de RvdK en werkt vooral aan strafzaken en kinderbeschermingszaken.

Het werk van de Raad voor de Kinderbescherming gaat door. Ook nu. Want huiselijk geweld, mishandeling en conflictscheidingen laten zich niet stoppen door het coronavirus. Dat betekent wel dat we het werk anders moeten doen. Roy vertelt hoe hij dit doet.

Kind op klimrek

Empathie

“Wat vooral anders is, is het cliëntcontact. Dat mis ik. Ik doe strafzaken en kinderbeschermingszaken, had veel gesprekken met jongeren en ouders. Dat doe ik nu telefonisch, maar empathie tonen is een lastige. Ik gebruik ook beeldbellen, als ouders en kinderen dat kunnen. Toch wil je vooral jongeren het liefst in het gezicht kijken.

Ik had laatst een strafonderzoek met een kwetsbare jongen. Maar op een gegeven moment wilde hij aan telefoon niets meer zeggen. Normaal gesproken ontmoet je elkaar en heb je een persoonlijk gesprek en dan zie je dat en voel je dat aan. Dus ja, dan moet je in het belang van deze jongen en het onderzoek toch via een telefoongesprek uitleggen dat je hem wil helpen en kijken wat de mogelijkheden zijn. En wat de consequenties zijn als hij niet meewerkt.”

Andere manier

“Het lukt in meeste gevallen wel om zaken af te handelen. Ook de overleggen met jeugdbeschermingsorganisaties en gemeente aan de Jeugdbeschermtafels gaan door. Als we kinderen willen zien, dan proberen daar waar het kan, dat op een later tijdstip te plannen. En als er een crisissituatie is dan is er een spoedteam dat op huisbezoek gaat. De rechtbank heeft een eigen manier in gevonden om de strafzaken af te handelen. Dat gebeurt veel telefonisch of schriftelijk. Of via de advocaat van een jongere, als er bijvoorbeeld een strafaanbod wordt voorgesteld, zoals een taakstraf. 

Ik probeer ook zaken op een andere manier te regelen. Ik heb een jongere van wie de zaak al bij de rechtbank liep. Ik wilde hem graag persoonlijk spreken, want ik ken ‘m uit een periode dat niet zo goed met hem ging. Dat heb ik nu gedaan via beeldbellen.  Van een hulpverlener  weet iik dat hij een aantal stappen vooruit heeft gezet. Maar deze jongen zit nu thuis zonder daginvulling omdat alle activiteiten zijn gestopt vanwege de crisis. De jeugdreclassering gaat nu een dagtaak voor hem opzetten, zodat hij in elk geval iedere dag op een bepaalde tijd opstaat. Ik kijk dan wat er nog meer nodig is. De rechtbank  bekijkt dan hoe het voorlopig gaat en daarin kan ik advies geven.”

Koetjes en kalfjes

“Ik probeer zoveel de werkstructuur aan te houden van voor de coronacrisis. Maar toch kostte het me enkele dagen om een nieuw ritme te vinden. Nee, ik ben nog niet aangekomen, maar m’n lichaam wordt wel wat lui. Dus ik probeer wat te wandelen en bel met collega’s. Ik mis ook het menselijke contact. Dus praat ik met collega’s over koetjes en kalfjes tijdens het wandelen. Ik merk wel dat het vele bellen en beeldbellen meer energie vraagt. Ik was gewend om hele dag op pad te zijn, nu zit ik constant tussen vier muren. Gelukkig doe ik in mijn zaken in samenwerking met collega’s. Het vraagt een andere manier van werken, waarbij je creatiever moet zijn om écht in verbinding met elkaar te blijven. En dan merk je dat iedereen dezelfde zorgen heeft, ook qua gezondheid.”