Zittingsvertegenwoordiger Flip: Het is wennen aan telefonische rechtszittingen, maar het gaat steeds beter

Met zijn gezondheid gaat het goed en hij werkt thuis. Ook zijn nog thuiswonend pleegkind en zijn vrouw, verpleegkundige in de thuiszorg, werken gewoon door. Zijn werk doet hij nu hoofdzakelijk telefonisch, zo ook deelname aan rechtszittingen. “Het is heel efficiënt, je hebt bijvoorbeeld geen reistijd, maar het is ook beperkt omdat je de mensen niet daadwerkelijk kan zien. Emoties zoals verdriet en boosheid kan je niet waarnemen tijdens telefonische zittingen waardoor er geen recht gedaan wordt aan de ouders en kinderen die het betreft.“

Het werk van de Raad voor de Kinderbescherming gaat door. Ook nu. Want huiselijk geweld, mishandeling en conflictscheidingen laten zich niet stoppen door het coronavirus. Dat betekent wel dat we het werk anders moeten doen. Flip, zittingsvertegenwoordiger bij de Raad voor de Kinderbescherming in Rotterdam, vertelt hoe hij dit doet.

Een zittingsvertegenwoordiger treedt namens de RvdK op tijdens rechtszittingen om een verzoek tot een kinderbeschermingsmaatregel toe te lichten, de rechter te adviseren bij een gezag- en omgangsregeling of een strafadvies voor een jongere toe te lichten. In normale tijden is Flip dan ook vaak in de rechtbank aanwezig om tijdens zittingen de RvdK te vertegenwoordigen. Voor hem zijn dat vaak gezag- en omgangszaken. De meeste rechtszaken zijn nu opgeschort, maar zittingen waar spoedmaatregelen worden gevraagd zoals een machtiging uithuisplaatsing of een voorlopige onder toezichtstelling gaan wel door. Nu gaat dit telefonisch. “Dat gaat zo. De rechter of griffier belt alle betrokken zoals de ouders, de advocaat, de gezinsvoogd en de zittingsvertegenwoordiger van de RvdK. Dat was voor iedereen in het begin erg wennen. Ook omdat rechters niet met beeld kunnen bellen en je daardoor de betrokkenen alleen hoort en niet ziet. Zo was in het begin soms onduidelijk aan wie de rechter een vraag stelde. Waardoor iedereen tegelijkertijd antwoord probeerde te geven. Maar het gaat inmiddels steeds beter.”

ongeboren tweeling

“Vorige week was ik betrokken bij een heftige zaak die telefonisch werd afgedaan. Het ging om een ernstig verslaafde vrouw die zwanger is van een tweeling, maar zich onttrekt aan de hulpverlening. Zowel de gezinsvoogd als de raadsonderzoeker zijn bij haar aan de deur geweest, maar ze deed niet open. Het is nu niet bekend waar zij op dit moment verblijft. De RvdK maakt zich zorgen over de gezondheid van de vrouw en de nog ongeboren kinderen. We willen er zeker van zijn dat de bevalling goed verloopt en de baby’s direct na de geboorte de nodige zorg krijgen. We hebben daarom de rechter op voorhand gevraagd om een machtiging uithuisplaatsing voor de tweeling. Een ingrijpende beslissing die door de rechtbank bij uitzondering meervoudig, dat wil zeggen door drie rechters in plaats van een, werd behandeld. De rechters waren het met ons eens en hebben ons  verzoek toegewezen. We hopen dat de vrouw op tijd kan worden gevonden om te zorgen dat zij hulp krijgt tijdens de bevalling.”

Parallel ouderschap

“Door het thuiszitten mis ik wel de dagelijkse contacten en het overleg met collega’s. Maar wat ik echt heel jammer vind, is dat we vorige week ons jaarlijks symposium in Rotterdam over problematisch ouderschap hebben moeten afzeggen. Daarvoor hadden ruim 300 vertegenwoordigers uit de rechtspraak, advocatuur en jeugdzorg, gemeente en de Raad voor de Kinderbescherming, zich ingeschreven. Dit jaar was het thema ‘parallel ouderschap’, dit is een vorm van ouderschap voor vaders en moeders die echt niet meer met elkaar overweg kunnen. Uitgangspunt is dat ouders minimaal met elkaar te maken hebben en zich strikt houden aan het uitgeschreven ouderschapsplan of gerechtelijke uitspraken. We gaan er nu vanuit dat we het symposium op een ander moment kunnen laten doorgaan.”