Raadsonderzoeker Joni: ‘Ik maak me hard voor professionele en integere werknemers’

Na de middelbare school start Joni met de PABO, maar na drie maanden houdt ze het weer voor gezien. Ze ontdekt dat ze liever kinderen helpt dan hen onderwijst. Een vriendin raadt haar daarom aan om Sociaal Pedagogische Hulpverlening (SPH) te gaan studeren. Na deze studie werkt Joni ruim acht jaar de jeugdhulpverlening, totdat ze in 2017 besluit om raadsonderzoeker te worden: “Ik had behoefte aan meer zakelijke afstand.”

“Toen ik bij de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) kwam werken, had ik bijna alle soorten jeugdzorg gezien en begeleid. Alleen in de GGZ en psychiatrie had ik nooit gewerkt. Ik merk dat ik nu veel profijt heb van die werkervaring. Jarenlang heb ik de maatregelen van raadsonderzoekers uitgevoerd; ik weet welke maatregelen er zijn, wat ze inhouden en heb denk ik een goed beeld welke maatregelen bij welke gezinnen passen. Omdat ik de andere kant van de keten ken, kan ik eerlijke verwachtingen creëren bij ouders en kinderen. En dat is in dit werk heel belangrijk.”

" Je komt namens de overheid op voor de belangen van kinderen. Dat geeft voldoening.”

Waardevol

“Ik stopte niet als gezinsvoogd omdat ik was uitgekeken op het werk. De baan was uitdagend en ik had het idee dat ik gezinnen echt verder kon helpen. Maar ik wilde minder dichtbij mijn cliënten staan. Als gezinsvoogd ben je lang en intensief onderdeel van een gezin, als raadsonderzoeker ben je maar een korte schakel in het proces. Daarnaast wilde ik bij de RvdK gaan werken, omdat ik tijdens mijn werk in de jeugdzorg overtuigd ben geraakt van het belang van de RvdK. Vanuit de keten heb ik gezien hoe waardevol het is dat een onafhankelijk toetsorgaan meekijkt als ouders er samen niet uitkomen. Het feit dat de RvdK ondanks die onafhankelijkheid onder een ministerie valt, geeft raadswerk voor mij nog meer diepgang. Je komt namens de overheid op voor de belangen van kinderen. Dat geeft voldoening.”“Ik stopte niet als gezinsvoogd omdat ik was uitgekeken op het werk. De baan was uitdagend en ik had het idee dat ik gezinnen echt verder kon helpen. Maar ik wilde minder dichtbij mijn cliënten staan. Als gezinsvoogd ben je lang en intensief onderdeel van een gezin, als raadsonderzoeker ben je maar een korte schakel in het proces. Daarnaast wilde ik bij de RvdK gaan werken, omdat ik tijdens mijn werk in de jeugdzorg overtuigd ben geraakt van het belang van de RvdK. Vanuit de keten heb ik gezien hoe waardevol het is dat een onafhankelijk toetsorgaan meekijkt als ouders er samen niet uitkomen. Het feit dat de RvdK ondanks die onafhankelijkheid onder een ministerie valt, geeft raadswerk voor mij nog meer diepgang. Je komt namens de overheid op voor de belangen van kinderen. Dat geeft voldoening.”

Opgeleid

“Ik ben van mening dat ‘raadsonderzoeker’ een vak op zich is waarvoor je opgeleid moet worden. Je bent in dit werk zelf het belangrijkste instrument: jij analyseert de situatie en adviseert of besluit. Dit vraagt om zelfinzicht en zelfreflectie. Er is in ons werk geen plek voor arrogantie, want het gaat niet om ons. Het is jouw taak om te kijken wie je voor je hebt, te kunnen achterhalen hoe het gezin in deze situatie is beland en wat zij nodig heeft om hier weer uit te komen, zo zwaar als nodig en zo licht als mogelijk. Dat vraagt om integere, zelfbewuste en zelfkritische professionals. Die krijg je door mensen vanaf begin af aan te trainen. Daarom heb ik me naast mijn raadswerk aangesloten bij een groep die de inwerkperiode probeert te verbeteren. Samen hebben we een basisinwerkprogramma gemaakt dat landelijk beschikbaar is. Raadsonderzoekers worden voortaan vanaf het begin opgeleid.”

Teamopdracht

“Sinds twee jaar werken we bij de RvdK met zelforganisatie. Dat betekent dat raadsonderzoekers onderdeel uitmaken van een gelijkwaardig team dat met elkaar overlegt, elkaar feedback geeft en helpt waar nodig. Van medewerkers vraagt dat om een zelfstandige, kritische en integere houding. Door deze organisatievorm werk je veel zelfstandig, maar tegelijkertijd biedt het ook een grote mogelijkheid om samen te werken. Je hebt de vrijheid om die samenwerking zelf in te vullen. Ook al voelt dat nog niet altijd als een recht of kans, ik geloof dat het dat wel is Naast een individuele opdracht heb je als raadsonderzoeker nu ook een teamopdracht en dat zorgt voor een leuke dynamiek in het werk.”