Raadsonderzoeker Lise: ‘Als raadsonderzoeker ben je nooit uitgeleerd’

Na 20 jaar in de vrijwillige hulpverlening te hebben gewerkt, wilde Lise iets anders. Ze droomde van een baan als jeugdrechercheur, totdat ze een vacature bij de Raad voor de Kinderbescherming voorbij zag komen: “Het was de combinatie tussen het pedagogische en juridische die me overhaalde. Als raadsonderzoeker werk je continu met beide aspecten. Dat vind ik een enorme uitdaging.”

“Ik werk nu twee jaar bij de RvdK en ben direct gestart met de interne opleiding.Omdat ik uit de jeugdzorg kwam, had ik wel ervaring met het werkveld, maar nog niet met professioneel onderzoek doen. Tijdens de opleiding leerde ik analytisch onderzoek doen en juridische contexten begrijpen. Ik vond het fijn dat de juridische kant zo veel aan bod kwam, omdat ik vind dat je als raadsonderzoeker moet begrijpen wat je adviseert. Je kunt op papier namelijk wel een ondertoezichtstelling adviseren, maar wat betekent dat in de praktijk voor het gezin? Zonder dat begrip kun je niet goed inschatten of jouw advies het gezin echt verder helpt.”

"Iedereen die ik ken is bereid om zich meer dan 100 procent in te zetten voor hetzelfde doel: kinderen helpen"

Verbeteren

“De overstap van vrijwillige hulpverlening naar de RvdK was in het begin even wennen. De twee werkvelden verschillen zo van elkaar. In tegenstelling tot de vrijwillige hulpverlening werk je als raadsonderzoeker veel meer  met juridische procedures, onderzoeksmethoden, risico-uitspraken en bronnenonderzoek. Ik veranderde van jeugdwerker in het veld in een onderzoeker met een overstijgende blik. Mede dankzij mijn team heb ik die omslag kunnen maken. Ik leerde van mijn collega’s en kon zo mijn eigen vaardigheden verbeteren. Gaandeweg kwam ik erachter welk type zaken mij beter liggen en welke minder. Binnen ons team doet iedereen nu waar hij goed in is, waardoor we efficiënt kunnen werken en goed op elkaar zijn ingespeeld. Maar we bespreken onze zaken ook altijd met elkaar en vragen elkaar om advies. Ik heb het gevoel dat we ons werk als team doen en dat vind ik heel waardevol.”

Basis

“Nu nog steeds leer ik elke dag nieuwe dingen. Ik denk dat een raadsonderzoeker ook nooit uitgeleerd is. Door de gesprekken met ouders, kinderen en collega’s ervaar je constant nieuwe leermomenten. Zo moet je kunnen meeveren met de emoties van ouders, maar tegelijkertijd ook kunnen inzien wat het beste is voor het kind. Die twee dingen komen niet altijd overeen, wat soms leidt tot emotionele situaties. Als raadsonderzoeker moet je een bepaalde mentale weerbaarheid hebben om daar mee om te kunnen gaan. Ik merk dat ik hierin profiteer van mijn ervaring uit de vrijwillige hulpverlening: in die 20 jaar heb ik zoveel gezien en geleerd over jeugdzorg, kinderen en gesprekstechnieken. De basis die ik daar heb gelegd, helpt mij enorm in mijn werk als raadsonderzoeker.”

Kindbrief

“Toen ik bij de RvdK binnenkwam, viel me op hoe gedreven alle raadsonderzoekers zijn in hun werk. Iedereen die ik ken is bereid om zich meer dan 100 procent in te zetten voor hetzelfde doel: kinderen helpen. Elke dag weer. Neem bijvoorbeeld de ‘kindvriendelijke brief’. In deze brief, speciaal bedoeld voor kinderen, staat in simpele taal uitgelegd wat het advies is van de raadsonderzoeker. Kinderen zijn vaak te jong om het onderzoeksrapport te begrijpen en weten daardoor niet precies wat er gaat gebeuren. De brief helpt daarbij. Uit deze kleine dingen haal ik mijn voldoening: iets bedenken dat aansluit bij de belevingswereld van een kind en dat vervolgens samen met gemotiveerde collega’s uitvoeren.”