Gebiedsmanager Robert: ‘We moeten elkaar niet voor de voeten lopen’

Robert is sinds 2018 gebiedsmanager van de regio Noord-Nederland. In deze nieuwe functie vergroot hij de zichtbaarheid én betrouwbaarheid van de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) in de keten. Daarvoor zoekt hij de samenwerking op en gaat waar nodig de confrontatie aan. Volgens Robert een belangrijke en noodzakelijke taak: ‘De RvdK moet een betrouwbare ketenpartner worden.’

Robert

“Toen ik in 2001 bij de RvdK kwam werken, waren de verhoudingen in de keten anders dan nu. De RvdK stond bekend als de organisatie die schuilde achter de wet en werkte vanuit een ivoren toren. Sinds een aantal jaar is dat beeld gelukkig aan het kantelen. We zoeken meer de samenwerking op met de keten en zijn bezig ons opnieuw te positioneren. De invoering van de nieuwe Jeugdwet in 2015 heeft die ontwikkeling een extra duw gegeven. Maar we zijn er nog niet. We kunnen kinderen nog beter helpen als we informatie uitwisselen met ketenpartners en echt samen leren werken aan ons gemeenschappelijke doel om kinderen te beschermen.”

Nieuwe rol

“In 2015 ging de RvdK over op zelforganisatie. Daarmee kwamen alle leidinggevende functies te vervallen, maar kwamen er ook nieuwe functies bij. Ik had op dat moment de tijdelijke rol van regiodirecteur Noord-Nederland, maar omdat die ophield te bestaan moest ik op zoek naar een nieuwe baan. Ik wilde niet weg bij de RvdK, want er is geen andere organisatie waarbij ik me zo senang voel. Ik sta volledig achter onze missie en heb gezien wat de RvdK voor kinderen kan betekenen. Ik wilde blijven en daarom solliciteerde ik op de nieuwe functie van gebiedsmanager, die de zichtbaarheid en betrouwbaarheid van de RvdK moest gaan vergroten.”

Confrontatie

“We begonnen met zijn vijven, maar inmiddels zijn we met acht gebiedsmanagers. Ieder van ons heeft een eigen regio en probeert de positie van de RvdK daar te versterken. Dat doen we door het gesprek aan te gaan met zowel ketenpartners als onze eigen gebiedsteams. Ons doel is om van de RvdK een betrouwbare ketenpartner te maken waarmee het prettig samenwerken is. Die ambitie leidt soms tot confrontatie, maar uiteindelijk ook tot meer begrip naar elkaar. Wordt samenwerking bemoeilijkt omdat er kritiek is op de RvdK, dan kan de gebiedsmanager die kritiek aanhoren en teruggeven aan de RvdK. Of doet een gebiedsteam van de RvdK onterecht zijn beklag over een gemeente, dan is het onze taak om daarover het gesprek aan te gaan. De RvdK moet afstappen van het wij-zij denken en de krachten van ketenpartners leren benutten. Daar ligt een belangrijke taak voor de gebiedsmanagers.” 

Maatwerk

“Ons werk is dus niet per se casusgericht, maar bedoeld om werkprocessen en samenwerkingen te verbeteren. Tegelijkertijd is onze functie ook nog volop in ontwikkeling. Als team groeien we steeds meer naar elkaar toe, maar we leren ook de onderlinge verschillen te benoemen. We vertegenwoordigen immers allemaal de RvdK in de regio, maar doen dat op verschillende manieren. Dat komt doordat de ketensamenwerking in elke regio anders verloopt en elke regio een andere behoefte heeft. We leveren maatwerk en dat maakt de aanwezigheid van de RvdK in de regio divers. Ketenpartners weten ons beter te vinden en wij zijn beter aangehaakt bij regionale werkoverleggen. Gebiedsmanagers beïnvloeden de besluitvorming en denken mee, maar dragen ook het standpunt uit van de RvdK.”

Meer partnerschap

“Hoewel gebiedsmanagers actief zijn op organisatieniveau, zijn ook zij er uiteindelijk voor het kind. Ik maak me hard voor een betere ketensamenwerking, omdat dat leidt tot efficiënter werken en kinderen daarmee beter geholpen kunnen worden. Stel bijvoorbeeld dat iedereen zijn afgewezen sollicitanten zou doorverwijzen naar ketenpartners, dan werken we samen aan het personeelstekort in de jeugdzorg. En daar hebben de kinderen baat bij. Voor mij is dat de toegevoegde waarde van mijn werk: zorgen voor meer partnerschap in plaats van elkaar voor de voeten te lopen.”