Bij adoptie is de waarheid uiteindelijk het beste

Raadsonderzoeker Ans Bosman vertelt over zoeken naar je afkomst en het belang van duidelijke wetgeving.

Ans Bosman

Ans Bosman werkt al meer dan veertig jaar als raadsonderzoeker bij de RvdK in Rotterdam, waar zij hoofdzakelijk adoptiezaken heeft gedaan. ‘Als adoptiekinderen te horen krijgen dat zij zijn afgestaan, kunnen zij daar verdriet over hebben,’ vertelt Ans. ‘Het verwerken van hun onbekende verleden is vergelijkbaar met een rouwperiode. Mensen worstelen met vragen over hun ontstaan en afkomst en vragen zich af: wie ben ik eigenlijk?’ Bij de RvdK klopt sinds jaar en dag een grote groep mensen aan die op zoek is naar informatie over hun afstamming, bijvoorbeeld omdat zij zijn afgestaan of te vondeling zijn gelegd. Ans heeft veel van deze mensen ondersteund bij hun zoektocht en weet dus uit ervaring hoe belangrijk die kennis is. ‘Zo ken ik een vrouw van middelbare leeftijd die al jarenlang volhardt in haar zoektocht. Op gezette tijden komt zij langs om voor de zoveelste keer haar hele dossier door te spitten. Ze doet dat, zoals ze zelf zegt, in de hoop alsnog een aanknopingspunt te vinden naar haar verleden.’

Het verstrijken van de tijd verzacht het verdriet over een onbekend verleden niet.  ‘Onlangs hebben we een vrouw van in de 70 geholpen met informatie over haar afstamming,’ vertelt Ans. ‘Nu ze kleinkinderen had was ze op zoek gegaan naar haar afkomst. We hebben een oud dossier rond haar adoptie gevonden. Dan zie je dat, zelfs op hoge leeftijd, opeens allerlei dingen op hun plek vallen. Mensen kunnen bijvoorbeeld karaktertrekken van zichzelf plaatsen, die er in hun adoptiegezin voor zorgden dat ze uit de toon vielen.‘

Eerlijkheid duurt het langst

Een biologische ouder kan ook zelf op zoek gaan naar zijn of haar kind. De RvdK kan in een brief aan het kind vertellen dat een ouder op zoek is en contact wil. Op zich niet verkeerd, behalve als het kind nooit verteld is dat het geadopteerd is. Ans: ‘Ik ken een geval waarin bleek dat het kind, toen al vijftig jaar, nooit had geweten dat hij geadopteerd was. Die man was verbijsterd toen hij via de RvdK een brief van zijn biologische moeder kreeg. Hij zei er wel meteen bij dat hij altijd het vermoeden had gehad dat zijn ouders iets voor hem geheimhielden.’ Maar ook in dit geval is Ans van mening dat de waarheid, hoe pijnlijk ook soms, uiteindelijk het beste is voor alle partijen. Ans: ’Het geeft niet alleen lucht aan je bestaan, maar vooral ook handen en voeten aan de identiteit van de geadopteerde.’ 

Het kind altijd op één

Wat volgens Ans niet helpt bij problemen rond afstammingsvragen, is het gebrek aan goede wetgeving over draagmoederschap. ‘Bij adoptie is er al veel bereikt in de driehoek tussen adoptiekind, adoptieouders en afstandsouders. Maar in de betrekkelijk nieuwe wereld van draagmoederschap ontbreekt duidelijke wetgeving,’ vertelt ze. ‘Dit leidt tot experimenten zoals het indienen van een adoptieverzoek vóór de geboorte van een kind. Dat wordt door de rechtbank niet geaccepteerd en zorgt voor gevoelens van onzekerheid bij wensouders en draagmoeder. Er wordt nog te veel gepionierd en dat leidt soms tot schrijnende situaties.’ De belangen van het kind wegen voor Ans het zwaarst. ‘We moeten rekening houden met ouders en wensouders, maar het kind staat altijd op één en heeft recht op informatie over zijn of haar biologische achtergrond. Dat laatste ontbreekt met name bij kinderen die zijn geboren uit draagmoeders in het buitenland.’

Een berucht voorbeeld van hoe mis het kan gaan, is de “Belgische zaak” uit 2005, waarbij de draagmoeder na de bevalling plotseling besloot het kind niet af te staan, maar zelf te houden en later weer aan een ander echtpaar te geven. Met als gevolg een pijnlijke juridische strijd. ‘Met dat soort uitwassen moet je dus ook rekening houden,’ zegt Ans. ‘Maar los van dit voorbeeld, het is niet niks om negen maanden een kind te dragen dat je vervolgens voor altijd moet afstaan. Dat blijft een emotioneel moment, veel vrouwen ervaren daarna een leegte. Ik ken een draagmoeder, die een gezin had met een volwassen tweeling, die na het dragen en afstaan van het kind prompt zelf zwanger werd en aldus de leegte opvulde met nog een “eigen” kind.’

Begin juli heeft Ans namens de RvdK tijdens een werkbezoek gesproken met minister Dekker van Rechtsbescherming, waar het draagmoederschap ook ter tafel kwam. Ans is blij dat de minister de voorlichting uit de praktijk opzoekt. ‘Het belang van het kind stond in dat gesprek centraal,’ zegt ze. ‘Ik denk dat de minister begrepen heeft hoe complex deze zaken kunnen zijn, en dat er nieuwe wetgeving nodig is.’