Samenwerking LKHA en RvdK bij achterlating en huwelijksdwang

Jaarlijks worden 180 tot 815 personen door hun ouders of partners achtergelaten in een ander land. Het Landelijk Knooppunt voor Huwelijksdwang en Achterlating (LKHA) ontvangt en onderzoekt de meldingen. Is er sprake van achterlating of huwelijksdwang, dan zoekt het LKHA contact met de RvdK: “We hebben de RvdK nodig om juridische vervolgstappen te kunnen zetten.”

Kofi is een Nederlandse jongen met een Somalische vader, die het gezag over hem heeft. Zijn moeder is niet in beeld. De relatie tussen Kofi en zijn vader is niet goed, daarom krijgt het gezin hulpverlening. Maar Kofi’s vader wil hier niets van weten en stuurt Kofi naar zijn zus (Kofi’s tante) in Somalië, om hem de Koran te leren en naar school te gaan. Kofi is wanhopig. Hij mag geen contact hebben met zijn vrienden en klasgenoten in Nederland en hij wordt af en toe mishandeld door zijn oom. Via een gezin uit de buurt lukt het Kofi om in het geheim contact op te nemen met  LKHA en om hulp te vragen.

Belangrijkste taak

“Dit voorbeeld zien we vaak terug,” vertelt Diny Flierman, manager  van het LKHA. “Kinderen worden met een smoes naar het buitenland gelokt en ondergebracht bij familie, die ze niet of nauwelijks kennen. Meestal worden ze achtergelaten, omdat de ouders de opvoeding niet meer aankunnen en vinden dat hun kind dreigt te ontsporen. Ze sturen het kind naar hun eigen land van herkomst en kijken er vaak niet meer naar om. Gelukkig weten steeds meer van deze kinderen ons te vinden en kunnen we hen op tijd helpen. Tegelijkertijd zijn er ook nog te veel kinderen die ons níet bereiken. Dat is onze belangrijkste taak voor de toekomst.”

Onmisbaar

Na elke nieuwe melding start het LKHA een onderzoek. Dat mag ze doen, omdat het LKHA  is ondergebracht bij Veilig Thuis Haaglanden.  De casemanager van het LKHA  onderzoekt de melding en heeft daarbij contact met het Landelijk Expertise Centrum Eergerelateerd Geweld (LEC EGG), Veilig Thuis, school en andere lokale partijen in de woonplaats van het betreffende kind. Ook wordt gesproken met het kind zelf. Als het LKHA en het ministerie van Buitenlandse Zaken  hebben vastgesteld dat er sprake is van achterlating of huwelijksdwang, dan schakelt het LKHA de RvdK in. “In die gevallen willen we de rechter toestemming verzoeken om het gezag van ouders te schorsen en een tijdelijke voogd aan te stellen om zaken voor het kind te kunnen regelen. Maar wij hebben de bevoegdheid niet om dat af te dwingen. De RvdK kan dit als enige organisatie wel en is voor ons daarom onmisbaar.”

Suzanne de Koogel (l) en Diny Flierman (r)
©Raad voor de Kinderbescherming

Gelukkig weten steeds meer van deze kinderen ons te vinden en kunnen we hen op tijd helpen

Out of the box

Bij de RvdK ondersteunen of begeleiden Suzanne de Koogel en Rieke Gremmen tot nu toe alle achterlatings- en huwelijksdwangzaken. Zij zijn juridisch deskundigen en gespecialiseerd in deze twee thema’s. Suzanne legt uit dat een bepaalde gedrevenheid en expertise nodig zijn om dit werk te kunnen doen: “Het zijn inhoudelijk vaak complexe zaken, waarbij je als jurist out of the box moet durven denken. Hoe krijgen wij kinderen veilig terug, juist als ouders niet meewerken? Juridisch hebben wij een kleine rol, maar praktisch is er veel om over na te denken en af te stemmen. Moet je bijvoorbeeld samenwerken met ambassades? Is er opvang nodig? Moet de douane betaald worden? En bovendien: hoe krijgen we het kind zo snel en veilig mogelijk weg bij zijn verblijfplaats? Dat zijn gevoelige onderwerpen die we goed moeten uitdenken. Ik ben heel blij dat we daarvoor kunnen sparren met het LKHA, want zij hebben de juiste kennis in huis.”

Veilig terughalen

Suzanne en Rieke pakken de LKHA-zaken naast hun reguliere kindzaken op. Volgens Suzanne is het belangrijk dat meer juristen binnen de RvdK deze rol op zich nemen, zodat de expertise gewaarborgd en uitgebreid wordt. “Ik kan het elke jurist aanraden,” zegt Suzanne. “In het begin is het wennen, omdat je bij achterlating en huwelijksdwangzaken minder transparant kunt zijn naar ouders toe. Bij reguliere zaken betrek je de ouders bijna altijd direct bij het onderzoek, maar bij deze zaken  doe je dat vaak pas in een later stadium, omdat het risico bestaat dat de ouders  de terugkeer tegenwerken. Dat is moeilijk. Maar is het gelukt om een kind veilig terug te halen, dan heb je het gevoel dat je echt wat hebt kunnen betekenen voor een kind.”

Proactiever

De komende tijd wil Diny meer inzetten op de preventie van achterlating en huwelijksdwang: “We moeten alerter worden op signalen. Als we symptomen herkennen, dan kunnen we misschien vaker voorkomen dat kinderen worden meegenomen. Daarom geven we bijvoorbeeld voorlichtingen en trainingen aan professionals om proactiever signalen te herkennen. Daarnaast werken we hard om onze bekendheid te vergroten. Enerzijds zodat nog meer kinderen ons weten te vinden, anderzijds zodat organisaties, waarbinnen de doorloop soms hoog is, op de hoogte blijven van wat het LKHA doet. Sommige collega’s zijn daar nog terughoudend in. Begrijpelijk, want ouders het gezag afnemen is een ingrijpende maatregel. Maar we kiezen hier dan ook alleen voor als een kind écht in gevaar is. Dat verhaal moet duidelijk worden.”