Voorbeeldcasus: achtergelaten in Somalië

Kofi woont in Nederland bij zijn vader, die het ouderlijk gezag over hem heeft. Zijn moeder is niet in beeld. Omdat de relatie tussen en Kofi en zijn vader niet goed is, krijgt het gezin hulpverlening maar de vader van Kofi vindt dat maar niks. Hij stuurt Kofi naar Somalië, waar Kofi’s tante woont. Vader wil dat Kofi daar blijft om daar naar school te gaan en de Koran te leren. 

Achterlating

Kofi is wanhopig. Hij is een paar keer geslagen door zijn oom, de man van zijn tante, omdat hij soms te laat thuis komt en omdat hij niet altijd naar zijn oom luistert. Zijn oom verbiedt hem contact te hebben met zijn oude vrienden en klasgenoten in Nederland. Via een gezin in de buurt lukt het Kofi om in het geheim zelf contact op te nemen met Veilig Thuis. Hij weet dat hij daar hulp kan krijgen omdat daar op school voorlichting over is geweest.

De RvdK start naar aanleiding van de melding van Veilig Thuis een onderzoek en praat met Kofi. Ook is er contact met zijn school en met de laatst betrokken hulpverlener. Met de vader van Kofi wordt geen contact gelegd omdat het risico bestaat dat hij de terugkeer van Kofi tegenwerkt.

Voorlopige voogdij

Op grond van alle informatie verzoekt de RvdK aan de rechter een maatregel voorlopige voogdij. Hierdoor kunnen het Landelijk Knooppunt Huwelijksdwang en Achterlating en Buitenlandse Zaken de documenten regelen die nodig zijn om Kofi terug te halen naar Nederland.

Na zijn terugkeer onderzoekt de RvdK verder wat het beste is voor Kofi. Bij dit onderzoek wordt de vader wel betrokken. Uiteindelijk besluit de rechter tot een ondertoezichtstelling met een machtiging voor uithuisplaating. Kofi mag wonen bij een pleeggezin en in Nederland zijn school in afmaken.