Dossieronderzoek naar ongeboren en pasgeboren kinderen

Bij alcohol- en drugsgebruik door moeders van ongeboren kinderen is de kans op een kinderbeschermingsmaatregel ruim 12 keer hoger dan gemiddeld. Als beide ouders een verstandelijke beperking hebben, is de kans 5 keer hoger dat er een kinderbeschermingsmaatregel voor het ongeboren of pasgeboren kind wordt aangevraagd.

Dit komt naar voren uit het afstudeeronderzoek dat Linde Broekhoven bij de Raad voor de Kinderbescherming deed. Zij analyseerde 277 dossiers van zaken van ongeboren en pasgeboren kinderen waarbij de Raad voor de Kinderbescherming onderzoek deed.

Uit de resultaten blijkt dat alleenstaand ouderschap, huiselijk geweld, alcohol- en/of drugsgebruik van moeder, onstabiele huisvesting, schulden van ouders en verstandelijke beperking van ouders voorspellers zijn voor het verzoek om een kinderbeschermingsmaatregel. Verder blijkt dat met het toenemen van het aantal risicofactoren de kans op het verzoeken van een maatregel groter wordt.

Met dit onderzoek heeft Linde Broekhoven haar studie Forensische gezinspedagogiek aan de Universiteit van Leiden afgerond.