Innovaties voor behandeling conflictscheidingen

Initiatieven van raadsonderzoekers plaatsen het kind centraal.

Meer dan 5000 kinderen komen jaarlijks met de Raad voor de Kinderbescherming in aanraking wanneer hun ouders in scheiding liggen. Kinderen die worden blootgesteld aan hevige ouderlijke strijd lopen het risico op blijvende gevolgen; de RvdK probeert de schade voor de kinderen tot een minimum te beperken.

De Raad voor de Kinderbescherming zet in op aansluiting bij kind en ouders, niet op dwang. Sascha Ruster houdt vanuit de directie zicht op Gezag en Omgang. ‘Je bent als ouder veel gemotiveerder wanneer je zelf iets wilt dan wanneer je het opgelegd krijgt door de rechtbank,’ zegt zij. Veel initiatieven van raadsonderzoekers ter verbetering van het G & O-proces zijn dan ook gericht op dialoog en overtuiging. Hier laten we de raadsonderzoekers aan het woord die aan de wieg staan van drie succesvolle innovatieprojecten.

Van links naar rechts Annelies van der Veldt en Saskia Gubbels (Arnhem), Ypie Terpstra (Almelo) en Thera Houweling en Esmarije van der Bij (Den Haag).

Arnhem: G&O Informatieavond

‘We kennen geen slechte ouders, we kennen alleen lastige situaties waarin kinderen het moeilijk hebben.’ Met die woorden heten raadsonderzoekers Saskia Gubbels en Annelies van der Veldt de aanwezigen welkom bij hun G&O informatieavonden op de locatie Arnhem. Op die avonden wonen ouders, los van elkaar, in gezelschap van een vriend of familielid een presentatie bij.

Tijdens de bijeenkomsten ligt de focus op het belang voor kinderen om beide ouders te kennen. De boodschap is: laat het kind niet kiezen tussen ouders. ‘Toen we begonnen was er zo’n enorme wachtlijst dat we een informatieavond wilden organiseren, zodat mensen weten wat ze kunnen verwachten van een raadsonderzoek,’ vertelt Saskia Gubbels. De informatieavond is geen interactieve bijeenkomst en daar is heel bewust voor gekozen. ‘Ouders zitten vaak vol met verhalen over hun leed en onrecht,’ zegt Annelies van der Veldt. ‘Wij willen niet dat mensen hun gelijk komen halen, maar dat ze stilstaan bij hun eigen verhaal en geraakt worden.’

Ze merken dat veel ouders in eerste instantie denken dat de Raad voor de Kinderbescherming hun problemen gaat oplossen, terwijl de raadsonderzoeker van ouders verwacht dat ze het zelf doen. ‘Van raadsonderzoekers horen we dat ouders die bij een informatieavond zijn geweest makkelijker in gesprek gaan,’ zegt Saskia. ‘Ze komen binnen met ideeën over de toekomst in plaats van eisen, en er zijn zelfs ouders die na een informatieavond zelf hulpverlening opzoeken. Als ze dan aan de beurt zijn is een onderzoek al niet meer nodig.’

Den Haag: Netwerkberaad

De focus op het kind is ook wat twee raadsonderzoekers in Den Haag motiveerde tot een andere aanpak. Thera Houweling merkte dat ouders het bij de standaard G&O-gesprekken vooral over elkaar hebben, in plaats van over het kind. ‘Vaak zag ik kinderen die allerlei cursussen volgden terwijl de ouders alleen maar streden,’ zegt Thera. Daarom zocht ze een manier het kind meer centraal te stellen en het netwerk rond kind en ouders te activeren.

Samen met Esmarije van der Bij begon ze met het actief organiseren van netwerkberaden. Voor een netwerkberaad mogen kinderen (vanaf een jaar of twaalf) en ouders elk twee mensen uitnodigen. Het gesprek wordt voorgezeten door een ervaren raadsonderzoeker en een gedragsdeskundige. Ouders wordt tijdens het netwerkberaad gevraagd aan een oplossing bij te dragen, in het bijzijn van vrienden en familie. Dat zorgt vaak voor nieuwe inzichten.

Ouders worden sneller gemotiveerd omdat ze tijdens een netwerkberaad onder ogen zien dat hun kinderen lijden onder hun strijd. Recent zaten Thera en Esmarije een netwerkberaad voor in een omgangszaak met drie tieners die bij hun vader woonden en hun moeder niet meer wilden zien. ‘De moeder wilde meer omgang afdwingen, maar een rechter kan zoiets nauwelijks opleggen aan drie pubers; dat werkt gewoon niet,’ zegt Thera. ‘In het netwerkberaad hebben die jongens hun moeder kunnen zeggen dat ze haar best vaker willen zien, als zij meer hulp zoekt voor haar psychische problemen.’ Van de eerste acht netwerkberaden is er vijf keer een oplossing door de rechtbank overgenomen. Esmarije: ‘Die kinderen zien beide ouders weer en de afspraken zijn veel duidelijker geworden.’

"Soms springt de raad in gaten bij onze partners en dat is helemaal niet erg. Het gaat ons om het kind, niet om een strikte verdeling van verantwoordelijkheden in de keten."

- Sascha Ruster, directielid Raad voor de Kinderbescherming

Almelo: BRAM

Een project dat door het ministerie is opgepikt als een van de koplopers van de Divorce Challenge is BRAM, een samenwerking van jeugdhulpinstanties met als doel langdurig doorprocederen bij conflictscheidingen te voorkomen. Op initiële zittingen, waar de RvdK als adviseur van de rechtbank optreedt, wordt de zitting aangehouden door de rechter om de ouders de kans te geven er samen uit te komen, begeleid door hulpverlening. Lukt dat niet, dan start de RvdK een onderzoek. Als BRAM slaagt is er vaak geen zitting meer nodig. De advocaten hebben contact met elkaar en de zaak wordt door de rechtbank administratief afgedaan.

‘Je kunt wel een uitspraak doen als rechter, maar het is veel belangrijker om mensen te leren weer te communiceren en zelf afspraken te laten maken,’ zegt Ypie Terpstra, teamleider in Almelo. Ze heeft het project gepresenteerd (‘Verschrikkelijk spannend.’) tijdens de Divorce Challenge en is als 1 van de 5 koplopers uit meer dan 500 inzendingen geselecteerd.

Het is een groot voordeel dat er na BRAM vaak geen raadsonderzoek meer nodig is, maar er worden ook maatschappelijke problemen mee voorkomen: kinderen zitten minder in de knel en hebben minder problemen in de rest van hun leven. ‘Het is bijvoorbeeld bekend dat een groot deel van het jeugdstrafrecht gevuld is met kinderen van gescheiden ouders,’ zegt Ypie. ‘Als je dat kunt doorbreken met vijf gesprekken en een beetje drang is dat toch geweldig?’

De volgende stap

Deze drie innovatieve projecten hebben gemeen dat ze een andere draai willen geven aan een vastgelopen situatie. Alle drie hebben ze hun nut bewezen in de teams waar ze zijn ontstaan. De volgende stap is het formeel op te laten nemen in de keten. De informatieavonden van de raad in Arnhem zijn als een olievlek verspreid. ‘We zijn inmiddels zo ver dat advocaten en kinderrechters ouders naar onze informatieavonden sturen,’ zegt Saskia Gubbels. ‘De volgende stap is dit soort voorlichting naar het voorveld te halen zodat het preventief kan werken.’ In Den Haag zijn Thera en Esmarije in gesprek met de rechtbank, zodat de rechter in de beschikking om een netwerkberaad kan vragen.

Sascha Ruster ziet in deze innovaties een RvdK in beweging. ‘Onderzoekers en deskundigen nemen het initiatief tot verbeteringen die met veel succes worden uitgevoerd,’ zegt ze. ‘Daarna kijken we samen met het netwerk waar deze methodes het beste werken. Soms zullen we initiatieven overdragen aan anderen in de keten of het voorveld, want het doel is zo spoedig mogelijke interventie.’ Daar is Ypie Terpstra uit Almelo het volledig mee eens. Voor haar is het uitwerken van een duidelijke methodiek voor BRAM de volgende stap. Kinderrechters verwijzen al naar BRAM, maar eigenlijk zou het ondergebracht moeten worden bij de gemeente. ‘De gemeentes leveren de hulpverlening en die past BRAM toe,’ zegt Ypie. ‘Wij ontwikkelen daar nu de methodiek voor.’ Volgens Sascha geldt hetzelfde voor het netwerkberaad van Thera en Esmarije. ‘Soms springt de raad in gaten van onze partners en dat is helemaal niet erg,’ zegt ze. ‘Het gaat ons om het kind, niet om een strikte verdeling van verantwoordelijkheden in de keten.’

"Je moet zelfredzaam zijn als je wilt innoveren. Niemand anders gaat het voor je doen."

- Saskia Gubbels, raadsmedewerker in Arnhem

Van idee naar methode

Deze drie voorbeelden staan niet op zichzelf: er zijn net zoveel ideeën als onderzoekers bij de RvdK. Hoe breng je als raadsonderzoeker jouw initiatief tot leven? ‘Ten eerste moet je heel goed de kaders kennen: wat past wel en wat past niet binnen de missie,’ zegt Ypie Terpstra. ‘Als je dat weet kun je je eigen ruimte nemen en pro-actief zijn.’ Saskia Gubbels is het daarmee eens. ‘Je moet zelfredzaam zijn in het begin, niemand anders gaat het voor je doen. Die energie zul je zelf moeten voelen en leveren.’ Je moet zelfstartend zijn, maar je kunt het niet alleen. Alle initiatiefnemers noemen de ondersteuning van collega’s als de belangrijkste voorwaarde voor succes.

Als een initiatief in de testfase succesvol is komt onvermijdelijk de groei. Een idee laten groeien heeft twee kanten: enerzijds is het mooi om te zien hoe steeds meer mensen in de organisatie jouw idee omarmen. Anderzijds kan het langzaam gaan: de RvdK blijft een grote organisatie met protocollen om zorgvuldigheid te garanderen. ‘Praten over ideeën kan vermoeiend zijn, veel meer dan het gewoon doen,’ zegt Saskia Gubbels. ‘Het hoort er natuurlijk bij om het ook te hebben over geld, efficiëntie en beeldvorming, maar het kan ook als een rem voelen.’

De Raad voor de Kinderbescherming is als organisatie enorm in beweging. Is het moeilijker om G&O-innovaties naar boven te krijgen in een organisatie die bestaat uit zelforganiserende teams? Sascha Ruster denkt van niet. ‘We hebben een landelijke directie die in nauw contact staat met de teams. Geen regiodirecteuren betekent niet dat er geen tijd is voor innovatie bij de directie. Raadsonderzoekers die zelf op zoek gaan naar vernieuwing is juist waar de Raad voor de Kinderbescherming voor staat: de zelfstandige professional. En daar zie ik er veel van die bruisen van ideeën!’