Straffen voor jeugdigen

Wat heeft het kind nodig om veilig en op een evenwichtige manier op te groeien? De reactie op strafbaar gedrag moet voldoen aan de volgende kenmerken:

  • Interventies zijn gericht op het verminderen van risicofactoren. Beschermende factoren worden waar mogelijk versterkt.
  • De reactie op strafbaar gedrag is persoonsgericht en niet delictgericht. Dat wil zeggen: gericht op het risico op recidive en afgestemd op de jongere met zijn lerend vermogen. Het kind moet kunnen leren van gemaakte fouten en wordt – passend bij leeftijd en ontwikkeling– verantwoordelijk gehouden voor zijn handelen (moreel besef) en de gevolgen daarvan (zoals het overzien van de gevolgen van het handelen en het aanvaarden van herstel van schade).
  • De reactie op het strafbare gedrag moet bijdragen aan de ontwikkeling en het toekomstperspectief van de jongere. 
  • De RvdK betrekt zowel het primaire opvoedingsmilieu (ouders/gezin) als de andere milieus waarin de jongere verkeert, zoals school, werk, vrije tijd en vrienden.
  • De daad wordt veroordeeld, maar niet de dader als persoon.