Terugkerende kinderen uit voormalig IS-gebied

Ieder kind heeft recht op bescherming. Dat geldt ook voor Nederlandse kinderen in voormalig IS-gebied. Deze kinderen zijn niet verantwoordelijk voor de keuzes die hun ouders hebben gemaakt. Een kind dat door zijn ouders in een risicovolle en onveilige situatie is gebracht, kan rekenen op de bescherming van de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK).

Landelijk Adviesteam minderjarige Terugkeerders

Wanneer sprake is van de terugkeer van een Nederlandse minderjarige uit een jihadistisch strijdgebied en dit wordt gemeld aan het gemeentelijke casusoverleg radicalisering, kan de RvdK  expertise van het Landelijk Advies Team minderjarige terugkeerders (LAT) inschakelen.

Het LAT is een landelijk georganiseerde expertpool van zorg en veiligheidsexperts, opgericht in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en het NCTV. Het LAT adviseert op het gebied van zorg, veiligheid, onderwijs en opvang voor de minderjarige terugkeerder. In het LAT zit een orthopedagoog, psychiater, een (kinder)psycholoog of Infant Mental Health specialist en een (duidings)expert op radicalisering en jihadisme.

Het LAT voorziet bij binnenkomst in Nederland (en soms al vooraf) een eerste intake en geeft een advies aan het bestaande lokale casusoverleg. Door het bundelen van de schaarse kennis en expertise op het gebied van radicalisering, jihadisme en/of (oorlogs)trauma, kan dit team van experts een inschatting maken van de benodigde begeleiding en hulpverlening voor een terugkerend kind (ontwikkelperspectief) , terwijl tegelijkertijd het risico voor de nationale veiligheid wordt ingeschat.

De RvdK sluit bij dit adviesteam aan om een verbinding te kunnen maken tussen het LAT en het gemeentelijke casusoverleg. De RvdK vervult die rol omdat de RvdK een landelijke organisatie is met een regionale inbedding. Ook vanuit zijn bestaande rol, bevoegdheden en expertise is de RvdK van toegevoegde waarde in het LAT. Dit betekent dat er twee rollen zijn voor de RvdK in relatie tot het LAT, een inhoudelijk rol en een coördinerende rol. De Gecertificeerde Instelling (GI) kan op het moment dat zij een kinderbeschermingsmaatregel uitvoeren ook gebruik maken van de expertise van het LAT.

Terugkeerplannen

Signalen over mogelijke terugkeerders komen binnen bij de gemeente, waarna er een gemeentelijk casusoverleg Radicalisering plaatsvindt met onder andere het Openbaar Ministerie (OM),  de politie, Reclassering Nederland, de Gecertificeerde Instelling en de RvdK.

Voor ieder kind wordt een terugkeerplan geschreven. In het terugkeerplan staan samenwerkingsafspraken waarin de rol van elke organisatie staat beschreven. Het vooronderzoek van de RvdK is onderdeel van deze gemeentelijke terugkeerplannen. Elk onderzoek en elk terugkeerplan is maatwerk. Voor kinderen is het van belang dat bij terugkeer wordt gekeken welke zorg en welke interventies passend zijn. Het terugkeerplan richt zich op de veiligheid en opvoeding van de kinderen en op de veiligheid van de samenleving. Er wordt gekeken welke veiligheidsmaatregelen er getroffen moeten worden om de veiligheid van het kind zelf te waarborgen en welke om de veiligheid van hun omgeving te waarborgen.

Regionaal maken RvdK-medewerkers een terugkeerplan dat belegd is bij het gemeentelijke casusoverleg. Dit terugkeerplan maakt per minderjarige inzichtelijk:

  • Of relevante info bekend is over minderjarige (naam, leeftijd, gezin);
  • Wonen: welke opvang mogelijk zou zijn (netwerkgezin, pleeggezin, instelling);
  • Onderwijs: welke school bereid is minderjarige op te nemen;
  • Zorg en veiligheid:  blootstelling aan geweld, trauma’s, inschatting hulpverlening die nodig is, mogelijk veiligheidsrisico bij aankomst in Nederland
  • Welke overige informatie van partners uit het casusoverleg relevant is (bijvoorbeeld historie vóór uitreis, contact met familie tijdens verblijf in strijdgebied).

Het is op dit moment onzeker hoeveel minderjarigen de komende periode zullen terugkeren en of ze zullen terugkeren. Het op orde hebben van een perspectief op het terrein van opvang, zorg, veiligheid, en onderwijs zou moeten zorgen voor een zekere geruststelling omdat de terugkeer van een kind is voorbereid: elk kind is in een gemeentelijk casusoverleg besproken en er ligt een gedegen plan van aanpak waarin de benodigde acties zijn opgenomen voor de diverse partijen, zoals zorgprofessionals, politie en scholen.

Maatregelen

Voor ieder kind in Nederland is er iemand die het wettelijk gezag draagt over dat kind, meestal zijn of haar ouder(s). Degene die het gezag heeft over een kind is de wettelijke vertegenwoordiger. Als er geen wettelijke vertegenwoordiger is, kan de kinderbescherming een voogdijmaatregel aanvragen. Een voogd krijgt dan het gezag over het kind en kan officiële handelingen verrichten ten behoeve van dat kind. Voor kinderen die in Syrië of Irak verblijven zonder ouderlijk gezag kan de RvdK aan de kinderrechter in Nederland een voorlopige voogdij aanvragen zodat er iemand ten behoeve van dit kind kan optreden. De rechtbank moet zich bevoegd achten om zo’n maatregel uit te spreken over een kind wat in het buitenland verblijft. Of dat zo is hangt af van de link die dit kind met Nederland heeft.

Als bekend is dat er ouder(s) en kind(eren) terugkeren naar Nederland en het vliegtuig waar ze in zitten daadwerkelijk opstijgt, dient de RvdK bij de kinderrechter een verzoek in voor een kinderbeschermingsmaatregel. Dit gebeurt omdat de ouders bij aankomst in Nederland door het OM worden aangehouden en in voorlopige hechtenis worden geplaatst. Als deze maatregel door de kinderrechter wordt uitgesproken, wordt er een jeugdbeschermer aangesteld van de GI van het gebied waar het kind gaat wonen. De taak van de GI is te zorgen voor de veiligheid van het kind en de benodigde zorg te organiseren. Hierin werkt de GI samen met de RvdK en de  gemeente waar de kinderen zullen verblijven. Als kinderen zonder ouders terugkomen wordt om een maatregel voor voorlopige voogdij gevraagd.

Zorg en straf

Als een kind ouder dan 12 jaar in Nederland verdacht wordt van een strafbaar feit, wordt er een proces verbaal opgemaakt en wordt dat kind mogelijk vervolgd door het Openbaar Ministerie (OM). De Raad voor de Kinderbescherming doet onderzoek en geeft een pedagogisch passend strafadvies aan het OM en de kinderrechter om te voorkomen dat het kind recidiveert. Ook kinderen boven de 12 jaar die momenteel in Syrië of Irak  verblijven worden als zij in Nederland aankomen door het Openbaar Ministerie in staat van beschuldiging gesteld voor het mogelijk deelnemen aan een terroristische organisatie. De Kinderbescherming zal ook bij deze kinderen de kinderrechter adviseren over een passende strafafdoening. Omdat de Kinderbescherming deze kinderen in eerste instantie als slachtoffer ziet zal de kinderbescherming kijken welke zorg het kind nodig heeft.

Veelgestelde vragen

Weet de RvdK waar alle Nederlandse kinderen in voormalig IS-gebied verblijven?

Van een groot aantal van de 200 kinderen die bekend zijn, is de verblijfplaats onbekend. De RvdK heeft  achterblijvers geadviseerd om contact te zoeken met het Rode Kruis. Zij hebben een internationale afdeling ‘restoring family links’. Deze afdeling probeert te achterhalen waar de familie verblijft, of ze nog in leven zijn en of er een bericht kan worden overgebracht.

Wie is verantwoordelijk voor de kinderen bij Interlandelijke relaties?

In het voormalig IS-gebied worden mensen vaak gegroepeerd op basis van taal. Er zijn kinderen uit relaties tussen ouders uit verschillende Europese landen, zoals België en Frankrijk.  De visie van de RvdK is, dat het land van de ouder die het grootste aandeel in de verzorging en opvoeding heeft gehad, verantwoordelijk is voor de kinderen. Dit vanwege de  continuïteit in opvoeding.

Hoe weet de RvdK nu of het goed blijft gaan met de teruggekeerde kinderen?

De jeugdbeschermer volgt de kinderen gedurende de hele looptijd van de kinderbeschermingsmaatregel. Daarnaast komt er een (wetenschappelijk) follow-up onderzoek, waarin de kinderen periodiek door de Raad voor de Kinderbescherming onderzocht worden. Stel dat een trauma zich op latere leeftijd openbaart, dan moet men daar alert op zijn. Bij signalen daarvan kan hulp worden geadviseerd.

Hoe staat Nederland ervoor binnen Europa qua aanpak?

Van collega’s in andere landen horen wij dat de aansluiting tussen zorg en veiligheid en tussen landelijke en lokale aanpak nergens zo goed georganiseerd is als in Nederland. Dit unieke beleid wordt zichtbaar in het maken van de terugkeerplannen. De EU financiert het Radicalisation Awareness Network, dat met een secretariaat wordt ondersteund door een Nederlandse organisatie. Daar vindt Internationale uitwisseling en kennisdeling plaats.

Met wie werken we samen?

Op lokaal niveau werkt de Raad voor de Kinderbescherming in de gemeentelijke keten met andere partijen samen. Daarnaast is er op landelijk niveau een groot aantal samenwerkingspartners, zoals  het NCTV, Buitenlandse Zaken, VWS, het Landelijk Parket, Landelijke Pleegzorg, Stichting School en Veiligheid, Politie, AIVD, het Rode Kruis en  DJI.

Tot slot is er verbinding tussen het Regionaal casusoverleg en het Landelijk Adviesteam minderjarige Terugkeerders. Per casus zitten de relevante partners met elkaar aan tafel.