Samenwerking RvdK, IND en DT&V

In de uitvoering van het vreemdelingenrecht zijn diverse uitvoeringsorganisaties van VenJ betrokken. Op hun eigen domein voeren zij hun vastgestelde beleid uit en leggen daar verantwoording over af. En op sommige vlakken raakt de uitvoering elkaar, vaak zonder dat dit herkend wordt. Zo ook bij ‘het belang van het kind’.

De Raad voor de Kinderbescherming (RvdK), IND en DT&V gaan via een nauwere samenwerking de belangen van minderjarige vreemdelingen anders en beter waarborgen. Het gaat immers om de aller kwetsbaarste groep.

Tijd voor een verkenning

Inmiddels zijn de RvdK, IND en DT&V op weg om van en met elkaar te leren hoe het belang van een minderjarige vreemdeling zo goed mogelijk gediend is. Het delen van elkaars kennis en ervaringen door middel van het bestuderen van casuïstiek vormt de basis van de samenwerking.

Duurzame oplossing

In het begin was het echt pionieren. Er waren geen kaders en na de eerste verkennende gesprekken, werd steeds duidelijker hoe ingewikkeld de materie vaak is. Want waar kijk je nu eigenlijk naar als je het hebt over het belang van het kind? Al snel werd duidelijk dat de RvdK het vreemdelingenrecht beter moet leren kennen, en andersom moesten de IND en de DT&V zich meer verdiepen in de betekenis van de vreemdelingrechtelijke situatie voor het kind en zijn ontwikkeling. Iedere organisatie is uitstekend op de hoogte van zijn eigen beleid. De uitdaging zit erin om de overeenkomsten te vinden en waar je elkaar in kunt versterken met het oog op het belang van het kind. Dit blijkt een ingewikkelde klus te zijn.

Het uitgangspunt is voor de drie organisaties inmiddels helder: een duurzame oplossing voor een stabiel toekomstperspectief van het kind. Het middel dat gekozen wordt, zoals een kinderbeschermingsmaatregel moet daadwerkelijk positief bijdragen binnen de context waarin het kind en diens ouder(s) zich bevindt. Want hoe realistisch is het om een OTS te verzoeken als ouders hier geen recht op verblijf hebben? Immers, de onzekerheid over mogelijke terugkeer dient zich weer aan op het moment dat de OTS niet wordt verlengd. De onzekerheid en de verwachting die hiervan uitgaat heeft impact op kind en gezin. Je kunt wel een OTS verzoeken, maar binnen de context van de status van kind en ouder(s) moet je gezamenlijk kijken naar hoe je een duurzame oplossing voor het kind kan realiseren: dat is ofwel verblijf in Nederland, ofwel passende ondersteuning aan ouders bij de terugkeer naar hun land.

Een gezicht

De RvdK is verheugd met het initiatief en de vorderingen die er tot nu toe zijn gemaakt. Het gaat uiteindelijk om de aller kwetsbaarste groep. We moeten er alles aan doen om die niet tussen het wal en het schip te laten vallen. Door deze samenwerking gaat iedereen zich veel meer betrokken voelen met deze groep en krijgen die kinderen een gezicht. Elke organisatie neemt zijn eigen besluit op grond van het overleg, de kennisdeling en de eigen verantwoordelijkheid. Maar nu wel met gebruik making van elkaars deskundigheid. We kijken niet meer alleen over elkaars schutting maar hebben verbinding gelegd. We hebben een gezamenlijk belang om deze kinderen verder te helpen! Ieder kind heeft recht om zich veilig te ontwikkelen.

Contactpersoon

Tot nu toe hebben de RvdK, IND en DT&V ‘geoefend’ met anonieme casussen, maar inmiddels is de tijd rijp om de samenwerking en de bijbehorende overlegvorm in de praktijk te brengen. Elke organisatie heeft een aantal mensen die voor in ieder geval één jaar gaan meedoen aan dit project en als portefeuillehouder zitting nemen in het MDT (Multidisciplinair team). Het team komt bij elkaar als kinderen of ouders in een lopende procedure zitten bij de RvdK en de IND of de DT&V. Er kunnen zowel beschermingszaken als G&O zaken worden besproken, waarbij dan alle denkbare scenario’s tegen het licht worden gehouden.

Typisch geval

De RvdK moet zich bij elk onderzoek ook goed bewust zijn van de vraag of er wellicht aspecten van het vreemdelingenrecht van invloed kunnen zijn op het uiteindelijke besluit. Een voorbeeld is de zaak van een moeder die in Nederland verblijft zonder verblijfsvergunning met een zoon van zestien die al drie jaar onder toezicht staat. Moet de RvdK nu een gezagsbeëindigende maatregel vragen, en wat is dan de consequentie hiervan voor de moeder, en dus ook voor het kind? Loopt de moeder de kans om uitgezet te worden en het contact met haar kind te verliezen? Typisch een situatie om de IND over te raadplegen.