Vluchtelingenkinderen en strafbare feiten

Een minderjarige vluchteling die verdacht wordt van een strafbaar feit, wordt net zo behandeld als een jongere die geen vluchteling is. Hij kan dezelfde soort straffen en maatregelen krijgen van de rechter of officier van justitie.

De Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) doet op verzoek van de officier van justitie onderzoek en kijkt naar de situatie van de jongere en eventueel het gezin als zijn familie ook in Nederland is. De RvdK geeft de officier van justitie en de rechter advies over een passende straf of hulp voor de jongere voor wat hij heeft gedaan.

Bij het advies telt mee dat de jongere tijdelijk woont op een plaats waar het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) vluchtelingen opvangt (dit heet een opvanglocatie). Misschien is de situatie in de opvanglocatie niet veilig of heeft hij er last van dat hij steeds op andere plekken moet wonen. Of misschien heeft de jongere last van psychische schade door wat hij heeft meegemaakt. In het land waar hij vandaan komt of bij de vlucht naar Nederland.

Een straf kan gevolgen hebben voor het krijgen van een verblijfstatus.