Vrouwelijke genitale verminking (VGV) is een vorm van kindermishandeling. Het is een ingreep aan de uitwendige vrouwelijke geslachtsorganen zonder medische noodzaak. Deze ingreep brengt ernstige gezondheidsrisico’s met zich mee, zowel lichamelijk als geestelijk.

In Nederland is VGV verboden en strafbaar, ook als de ingreep in het buitenland wordt uitgevoerd. Volgens onderzoek van het landelijk expertisecentrum Pharos lopen naar schatting 4200 meisjes de komende 20 jaar risico om slachtoffer te worden van VGV. Meestal gebeurt dit tijdens vakantie of familiebezoek in het land van herkomst.

Melding bij Veilig Thuis

Wanneer een professional, zoals een arts, leerkracht of maatschappelijk werker, vermoedt dat er een risico is op, of sprake is van, VGV, dan kan hij/zij, volgens de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling, een melding doen bij Veilig Thuis. Ook een burger kan een melding doen bij VT. Als er bij de melding concrete aanwijzingen zijn voor een acute dreiging of een al uitgevoerde VGV, dan stemt Veilig Thuis met de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) en andere justitie-partners af wat er nodig is om de veiligheid van het meisje te garanderen en haar de hulp te bieden die ze nodig heeft. Veilig Thuis kan bijvoorbeeld de RvdK vragen te onderzoeken of een kinderbeschermingsmaatregel nodig is.

Onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming

Na een verzoek om onderzoek van Veilig Thuis start de RvdK een raadsonderzoek. Dit betekent onder andere dat de ouders of verzorgers van het meisje een huisbezoek krijgen en dat er met het meisje (en eventuele andere kinderen in het gezin) gepraat wordt. Ook wordt informatie opgevraagd bij andere professionals die met het gezin te maken hebben. Daarna volgt een overleg om te bepalen wat er moet gebeuren. Als het nodig is vraagt de RvdK bij de kinderrechter om een (spoed-)kinderbeschermingsmaatregel. Als de besnijdenis al heeft plaatsgevonden of als daar een concreet vermoeden van is, doet de RvdK in overleg met de politie aangifte.