Draagmoeder worden

Bent u draagmoeder? Dan onderzoekt de Raad voor de Kinderbescherming verschillende aspecten. De Raad voor de Kinderbescherming verwijst u door naar instellingen die ouders begeleiden die afstand willen doen van hun kind. Hier krijgen zij meer informatie over wat afstand doen van een kind voor het kind kan betekenen.

Begeleiding

U komt terecht bij één van deze instanties:

Vrijwillig of ongepland zwanger

De Raad van de Kinderbescherming onderzoekt of u als draagmoeder vrijwillig zwanger bent geworden, met de bedoeling het kind af te staan. Ben u ongepland zwanger geworden en wilt u het kind afstaan, dan is er geen sprake van draagmoederschap. In dat geval is een andere procedure van toepassing. Meer informatie is te vinden bij Ongewenst zwanger.

Onderzoek

Als er sprake is van draagmoederschap onderzoekt de Raad of u na de geboorte nog achter de beslissing staat om vrijwillig en zonder tegenprestatie afstand te doen van het kind. Daarnaast bekijkt de Raad of u onafhankelijke begeleiding heeft gekregen over het draagmoederschap.

Afstandsverklaring

Na de geboorte vraagt de Raad u om een afstandsverklaring te ondertekenen. Met die verklaring doet u afstand van het kind. Ook verklaart u dat u geen betaling of andere vergoeding heeft gekregen of krijgt voor het afstaan en de adoptie van het kind.

Geeft de Raad voor de geboorte toestemming, dan stuurt de Raad na de geboorte de informatie en afstandsverklaring naar de rechtbank met het verzoek het gezag over het kind te beëindigen en over te dragen van de juridische ouder(s) naar de wensouder(s).

Rechten van een draagmoeder

Een draagmoeder is met opzet zwanger is geworden voor een ander: namelijk de wensouder(s). De draagmoeder geeft (aantoonbaar) vóór het zwanger worden aan het kind na de geboorte af te staan aan de wensouders. Maar een draagmoeder is niet verplicht het kind af te staan.

In Nederland is de vrouw uit wie het kind wordt geboren juridisch de moeder. Als zij getrouwd is, is deze partner de andere juridische ouder van het kind. De juridische ouder(s) kan na de geboorte aangeven dat zij het kind niet zelf zal opvoeden, maar afstaat aan wensouders.