
Straf | Beleidsadviseur Anja Frowijn aan het woord
“We kijken echt naar het leven van jongeren”
Met een achtergrond in pedagogiek en jeugdstrafrecht weet beleidsadviseur Anja Frowijn veel over straf en zorg voor jongeren die een strafbaar feit hebben gepleegd. Na bijna 25 jaar bij de RvdK deelt ze nog eenmaal haar kennis voor ze met vervroegd pensioen gaat: wat werkt om het leven van deze jongeren zo snel en goed mogelijk weer op de rit te krijgen? En hoe past de RvdK de aanpak van jeugdcriminaliteit aan aan hun leefwereld?
Wat kun je vertellen over jeugdcriminaliteit in 2025? Ook in relatie tot eerdere jaren?
“Als je naar de cijfers kijkt, is er al 10 jaar een daling van jeugdcriminaliteit. Dat is goed nieuws en mede het gevolg van de persoonsgerichte aanpak. Voor elke jongere die bij de RvdK komt, onderzoeken we: wat voor kind is dit? Hoe zijn de levensomstandigheden van de verdachte? Wat is nodig om herhaling van strafbaar gedrag te voorkomen? We combineren in onze aanpak pedagogiek en strafrecht en dat draagt bij aan effectiviteit. Het jeugdstrafrecht is gebaseerd op de pedagogische invalshoek. Dat houdt in dat jongeren nog in ontwikkeling zijn en dat hun ontwikkeling in positieve richting kan worden bijgestuurd. Jongeren moeten van hun fouten kunnen leren. De aanpak is licht waar het ‘kan’ en zwaar waar het ‘moet’.
Helaas zien we al enige jaren wel een hogere instroom van jongeren die zwaardere delicten hebben gepleegd. Dan gaat het om jongeren die na een keer een Halt-straf, daarna meteen een zwaar delict pleegden, soms met explosieven. Dan komen ze bij ons in beeld. Voor hen zorgen we dan voor een serieus traject met straf en hulp. Vaak zijn deze jongeren ook nog relatief jong. Hoe jonger ze starten, hoe groter de kans op herhaling. Het hoort bij pubers dat ze regels overtreden. Maar als je als 12-, 13- of 14-jarige zware delicten pleegt, is de kans op herhaling van strafbaar gedrag groter en is een intensieve aanpak nodig.”

Wat is de rol van de RvdK in de aanpak van jeugdcriminaliteit?
“Jongeren die worden verdacht van het plegen van een misdrijf, komen bij de RvdK in onderzoek. We spreken de jongere zelf en de ouders of verzorgers. We halen informatie op bij informanten, zoals de school en hulpverleners. We gebruiken het risicotaxatieinstrument, de Ritax, van het LIJ, het Landelijk Instrumentarium Jeugdstrafrechtketen. Dat is een hulpmiddel in ons onderzoek.
Onze taak is het geven van inlichtingen aan het OM en de kinderrechter over de verdachte jongere en tevens een advies over de beste aanpak voor de individuele jongere. Welke straf en/of hulp is nodig? Dat is dus echt maatwerk.”
Hoe werkt de RvdK aan verbetering van de aanpak van jeugdcriminaliteit?
“We zijn continu bezig om onze methodiek door te ontwikkelen op basis van actuele maatschappelijke ontwikkelingen. Zo hebben we bijvoorbeeld in de Ritax vragen toegevoegd over wapens. Veel jongeren blijken een wapen bij zich te hebben omdat andere jongeren het ook doen en ze bang zijn dat ze worden aangevallen. Zodra je ermee rondloopt, heb je natuurlijk wel kans dat je het een keer pakt en gebruikt. We stellen vragen over wapenbezit en wapengebruik dus ook aan jongeren die helemaal niet met een wapen gerelateerd feit bij ons komen.
Een andere ontwikkeling is dat we nog meer kijken naar de online- en offline wereld, de hybride leefwereld van jongeren. We gaan onze medewerkers meer kennis bijbrengen over wat dat betekent voor jongeren. Jongeren dagen elkaar bijvoorbeeld online uit, doen stoer en spreken dan fysiek af voor een vechtpartij. Dat leidt tot delicten.
Om nog beter aan te sluiten bij jongeren die een taakstraf hebben gekregen, introduceerden wij in 2025 een nieuwe visie op taakstraffen. De belangrijkste verandering is dat wij de taakstraf meer willen laten aansluiten bij de persoon, de omstandigheden en het toekomstperspectief van de jongere. En we startten met het trainen van alle coördinatoren taakstraffen in deze nieuwe methodiek.
Wat is nog meer belangrijk in de aanpak van jeugdcriminaliteit?
“We leveren als RvdK een bijdrage om jongeren te geven wat ze nodig hebben om hun leven weer de goede kant op te krijgen. We kijken echt naar het leven van jongeren. We kijken dan ook altijd of het delict een signaal is van achterliggende problemen. We hebben als RvdK een schakelfunctie tussen straf en zorg. Als een jongere vaker is opgepakt voor het stelen van eten, kan blijken dat ouders aan de drugs zijn en al het geld daaraan opgaat. Voor zo’n jongere die het al zo moeilijk heeft, adviseren we uit pedagogisch oogpunt geen straf maar hulpverlening voor het gezin. Hij of zij heeft recht op goede zorg, ook al is er bewijs voor de diefstal.
De enige manier waarop we dit werk goed kunnen doen is als door nauw samen te werken met gemeenten en andere partners. Daarnaast benutten we onze landelijke kennispositie op het gebied van jeugdstrafrecht, jeugdbescherming en gezag en omgang. Zo organiseerden we in 2025 een landelijk symposium Jeugdcriminaliteit met interessante ontwikkelingen. Die kennisdeling is heel belangrijk om het werk voor jongeren goed te kunnen doen.”