Interview

ASAA | Raadsonderzoeker Ilse aan het woord

"Weten wie je ouders zijn, is heel belangrijk"

Ilse doet al bijna 10 jaar afstandsonderzoeken bij de Raad voor de Kinderbescherming. Als een aanstaande moeder zelf de verantwoordelijkheid en zorg voor haar kind niet wil of kan dragen, gaan verschillende organisaties samenwerken om tot een zorgvuldige en weloverwogen beslissing voor de toekomst van het kind te komen. Als ouders geen contact meer willen, probeert Ilse zoveel mogelijk over hun achtergrond te weten te komen in het belang van het kind.

Waar hieronder ‘moeder’ staat, kan ook ‘vader’ of ‘ouders’ worden gelezen.

Wat is een afstandsonderzoek?

“Dat is een onderzoek dat wij doen wanneer een moeder aangeeft dat ze zelf de verantwoordelijkheid en zorg voor een kindje niet wil of kan dragen. Meestal geeft een aanstaande moeder dit al tijdens de zwangerschap aan, maar soms ook vlak na de bevalling. Dat is een heel ingrijpende beslissing in het leven van een heel jong kind en de moeder. Daar past een zorgvuldige afweging van de moeder bij. En van de overheid die immers medeverantwoordelijkheid neemt voor deze stap. Door adoptie worden de juridische banden doorbroken. Je bent daarna niet meer familierechtelijk verbonden aan elkaar. Wat is dan in het belang van dit kindje, zodat het wel terechtkomt in een familie die kan bieden wat het kind nodig heeft?

We onderzoeken of de wens van de moeder om afstand te doen, standvastig en blijvend is. Daar staat een wettelijke termijn van minimaal drie maanden voor. We vragen wie de vader is. Heeft de moeder eigen mogelijkheden om voor het kind te zorgen? Welke hulpverlening kan erbij aansluiten? Hoe ziet zij het zelf? We bespreken hoe de rol van de moeder er in de toekomst uitziet als het kindje opgroeit. We bekijken in samenspraak met de moeder de mogelijkheden in het eigen netwerk. Zijn er mensen die de zorg op zich kunnen en willen nemen? 

Als de mogelijkheid er is, betrekken we de vader bij het proces. De moeder wil informatie niet altijd delen, of ze weet niet wie de vader is. Als RvdK vinden wij dat een kind recht heeft om op te groeien met kennis over zijn of haar ontstaansgeschiedenis en spannen we ons in om informatie over beide ouders te verkrijgen. Als beide ouders echt aangeven dat ze niets kunnen en willen in het leven van een kind vragen we hoe ze de toekomst van het kind dan voor zich zien. Denken ze dat ze in de toekomst contact willen of informatie willen krijgen over de ontwikkeling van hun kind?

Wij proberen een adoptiegezin te zoeken dat aan de wensen van de ouders kan voldoen. In nauwe samenwerking met de voogd van de gecertificeerde instelling en de partij die de ouders bijstaat, bijvoorbeeld Fiom, Siriz of de Beschermde Wieg. Een procedure van afstand doen duurt minimaal 15 maanden. De moeder kan tot aan het moment van de definitieve adoptie terugkomen op haar beslissing.”

Waarom doen sommige vrouwen afstand van hun kindje?

“Soms weten vrouwen echt niet dat ze zwanger zijn. Zij gaan bijvoorbeeld met andere klachten naar het ziekenhuis en bevallen opeens van een kind. Deze vrouwen voelen zich vaak enorm overvallen door de komst van een kindje. Er zijn moeders die geen kinderwens hebben en bij wie de zorg en verantwoordelijkheid voor een kind niet passend is in het leven dat ze leiden. Soms is de zwangerschap het resultaat van een verkrachting. Ook kan sprake van zijn van psychiatrische problematiek, of alcohol- en drugsgebruik. Daarnaast zien we regelmatig vrouwen uit het buitenland die al een gezin hebben in het land van herkomst en geen mogelijkheid hebben om het kind te verzorgen en op te voeden. Soms schamen vrouwen zich voor een zwangerschap vanwege hun jonge leeftijd of omdat ze niet zijn getrouwd. Ook is soms sprake van dreigend eer-gerelateerd geweld, mocht de komst van een kindje bekend worden in het netwerk van de moeder.”

Om hoeveel kinderen gaat het per jaar?

“We zien, landelijk, jaarlijks ongeveer 40 tot 50 moeders, soms samen met de vader, die afstand tot adoptie willen doen van hun kind. In ongeveer de helft van de gevallen leidt dit uiteindelijk daadwerkelijk tot een adoptie. Vaak blijken er toch mogelijkheden te zijn bij de biologische ouders of hun netwerk. Met ondersteuning kan de moeder soms toch zelf voor het kind zorgen. Of het kind kan opgroeien bij een ander familielid. Langdurige pleegzorg is ook een optie. Dan blijven de familierechtelijke betrekkingen bestaan, maar wordt de zorg door een pleeggezin ingevuld. De ouder blijft dan op afstand betrokken.

Ik herinner me een jonge vrouw die niet wist hoe ze het moederschap zou moeten vormgeven en daar erg door overvallen was. Ze studeerde nog, haar partner wilde geen kinderen. We hebben haar zo begeleid dat zij uiteindelijk een co-ouderschap is aangegaan met het pleeggezin waar haar dochter verbleef. In een moeder-kindtraject, een vorm van intensieve hulpverlening, heeft zij de mogelijkheid om met de nodige ondersteuning de zorg voor haar kind te dragen.” 
 

Wat als ouders geen contact willen?

“Dat is heel ingewikkeld. We maken ouders mee die niet willen praten met de voogd, Fiom of Siriz of de Beschermde Wieg, het pleeggezin en ons. We proberen altijd zoveel mogelijk in gesprek te gaan. Je wil in de keuzes die je voor het kindje maakt, uitgaan van wat de ouders willen. Als iemand niet wil praten, is het bijzonder moeilijk om erachter te komen of iemand goed overziet wat de consequenties van het afstand tot adoptie doen zijn voor de toekomst. Daarnaast zijn informatie over de achtergrond en beweegredenen van de ouders om afstand te doen, ontzettend belangrijk voor het kind. Daar wil je zoveel mogelijk over weten.

We weten steeds meer over hoe belangrijk het voor de ontwikkeling van de identiteit van een kind is om te weten waar je vandaan komt. Als ouders geen contact willen, kun je het kind later niet voldoende uitleggen waarom het niet bij de eigen ouders is opgegroeid. Dat zie je ook in het rapport ‘Schade door Schande’ dat in 2025 uitkwam. Het gaat over een onderzoek naar de geschiedenis van afstand en adoptie in Nederland tussen 1956 en 1984. In die tijd zijn in Nederland duizenden pasgeboren kinderen afgestaan. Vaak kinderen van jonge, ongehuwde vrouwen en meisjes die geen kans zagen om het kind bij zich te houden, zelfs als ze dat eigenlijk wel wilden. Met de wetenschap van nu zien we in hoeveel leed deze moeders en hun kinderen hierdoor hebben ervaren.” 

Welke informatie is belangrijk voor kinderen?

“We vragen ouders naar hoe ze de toekomst van hun kind zien. Daarmee houden we rekening in de keuzes die we voor adoptiegezin van het kind maken. Zo kunnen ouders een kind meegeven dat ze er niet zelf voor konden zorgen, maar het wel belangrijk vinden dat het in een bepaald gezin terechtkwam. De voorkeur van ouders zit soms heel erg in details. Een moeder die van de zee hield, vond het fijn als haar kind kon opgroeien in de nabijheid van water. Of een moeder vindt muziek heel fijn en belangrijk. Het zou fijn zijn als het kind in het adoptiegezin een instrument kan spelen. Dat lijkt een detail maar het is een belangrijk gegeven. Het zegt iets over de persoonlijkheid van een biologische ouder. Voor de kinderen is het fijn dat ondanks dat de biologische ouders niet voor hen konden zorgen, zij op deze manier mee hebben kunnen en willen denken over de toekomst van het kind. Kinderen kunnen daar steun aan ontlenen. Ik vind er een soort liefde uit spreken: ik kon het zelf niet, maar ik heb dit voor jou geregeld.

Die informatie over wensen van de ouders staat in het dossier van de RvdK. Als het tot een adoptie komt, krijgt het adoptiegezin waar het kind gaat opgroeien de informatie. Een belangrijke voorwaarde voor de adoptie van een in Nederland geboren kind is dat de adoptieouders openstaan voor contact met de biologische ouders of het delen van informatie over het kind met hen.

Fiom, maar ook Siriz en Stichting de Beschermde Wieg, zijn organisaties die biologische ouders begeleiden. Als de ouders twijfelen over contact met hun kind, nu of in de toekomst, kan Fiom een correspondentiedossier opstarten. De ouders ontvangen dan informatie van het adoptiegezin en het adoptiegezin informatie van de biologische ouders. Er zijn ook situaties waarin er een ontmoeting komt tussen het adoptiegezin en de biologische ouders. Dat kan heel waardevol zijn, voor zowel de biologische ouders als het adoptiegezin, maar bovenal voor het kind. Het liefste zien we dit zoveel mogelijk.”