
Bescherming | Advocaat Reinier Feiner aan het woord
"Kritisch op ouders én de jeugdbescherming"
Reinier Feiner is advocaat en zet zich in voor de rechten van kinderen en ouders. Welke ontwikkelingen ziet hij in de jeugdbescherming en het jeugdstrafrecht? En hoe zou de RvdK zich volgens hem verder moeten ontwikkelen?
Kinderrechter moet een raadsonderzoek niet overdoen
Reinier Feiner ziet dat er steeds meer aandacht is voor de stem van kinderen in beschermingszaken. Tot en met het inzetten van bijzondere curators, deskundigen die zorgen voor het belang van het kind in de rechtszaal. Alleen, meer mensen die naar kinderen luisteren, is niet direct het beste voor kinderen, vindt hij. Feiner: “Voor een kind lijkt het me vreselijk. Al die personen bij wie ze achtereenvolgens hun verhaal moeten doen, is een grote belasting. In familiezaken kan een rechter een kind nu ook al vanaf 8 jaar horen. Daar heb ik een probleem mee. Een kinderrechter moet een onderzoek van de RvdK niet over willen doen. Raadsonderzoekers zijn hun ogen en oren, komen bij de kinderen thuis en leveren goede rapporten. En als kinderrechters toch zelf een kind willen horen, laten ze dan naar het kind toegaan in het pleeggezin of tehuis. In plaats van in hun toga met een kind spreken in de rechtbank.”

Zorgen over “vrijwillige” uithuisplaatsingen
Feiner maakt zich ook zorgen om zogenoemde ‘vrijwillige uithuisplaatsingen’: kinderen die met toestemming van de ouders tijdelijk in een pleeggezin of bij familie wonen, omdat het ondanks vrijwillige hulp misgaat in het gezin. Zonder dat de RvdK onderzoek heeft gedaan en een rechter een besluit heeft genomen. Feiner: “Waarom afzien van juridische ondersteuning hierbij? Hoe toon je achteraf aan dat zo’n uithuisplaatsing echt vrijwillig is? Vaak wijzen alle instanties dan naar elkaar. Als hulpverleners een uithuisplaatsing als oplossing noemen, beseffen ze vaak niet dat ze door hun positie overmacht hebben op ouders en kinderen. En hoeveel informele macht ze uitoefenen.
“De RvdK is er om duidelijkheid te bieden aan kinderen en ouders, én jeugdhulpverleners. En het zwaartepunt ligt bij de rechterlijke macht. Als je er met vrijwillige hulpverlening niet uitkomt, leg een zaak dan bij de rechter. Dan krijg je als ouders een advocaat en beslist een rechter op basis van een onderzoek van de RvdK of er een maatregel nodig is. Dat is veel beter dan dat ouders met hulpverleners besluiten tot een uithuisplaatsing uit angst voor een kinderbeschermingsmaatregel, waarvan ze denken dat die eindigt in het afpakken van het kind.”
Het belang van vertrouwen en hulp in de buurt
Voor hulpverlening heb je vertrouwen nodig. Reiner: “Een samenleving die gebaseerd is op wantrouwen van de burger in de overheid en vice versa heeft zijn langste tijd gehad. Het kan wel! Ik zie bijvoorbeeld helaas vaak dat bij vermoedens van kindermishandeling de kinderen niet tijdelijk in het directe netwerk worden geplaatst. Terwijl ik denk: ‘vertrouw er nou op dat opa en oma nooit zullen toestaan dat een kind wordt mishandeld.’ Ik geloof in netwerkplaatsingen, in de voordelen voor een kind van vertrouwde gezichten en een vertrouwde omgeving, gewoon op dezelfde school kunnen blijven.
“Ik geloof er ook in dat we per school via de ouderraad en het bestuur van de school spoeduithuisplaatsingen in de meeste gevallen gewoon snel en in de buurt zouden kunnen worden geregeld. Op de minst ingrijpende wijze. Maar dan moeten we school en zorg wel weer met elkaar verbinden.”
Boetes bij het uitblijven van hulp
De wachtlijsten voor jeugdzorg kunnen volgens Feiner alleen worden opgelost met financiële prikkels. Feiner: “Iedereen die in de jeugdzorg werkt, is van goede wil. Daar ligt het niet aan. We weten wat er moet gebeuren om de situatie van een kind te verbeteren, maar we zitten allemaal te wachten. Gezinnen verliezen terecht het vertrouwen in de overheid als ze 6 maanden moeten wachten op gespecialiseerde hulp. Dat is pedagogisch gewoon totaal onverantwoord.
“Er zijn geen sancties als het te lang duurt voordat er hulp komt die de kinderrechter noodzakelijk acht. Reken maar dat er een einde aan wachtlijsten komt als we gaan handhaven op wachttijden en boetes gaan uitdelen.”
Jeugdbescherming en ouders
Hoe kan de RvdK het welzijn van kinderen en jongeren nog beter beschermen? Feiner: “Ik hoop dat de RvdK door blijft gaan met goede onderzoeken. Dat de RvdK daarin altijd, meer dan nu nog, juist ook het netwerk als informant betrekt. De personen die ouders aandragen die belangrijk zijn voor het kind. Het is juist goed om te weten wat opa en oma nou eigenlijk vinden, ook al gaan opa en oma misschien niet zorgen voor het kind.
“En ik hoop dat de RvdK zichzelf ook ziet als controleur en bijna inspecteur van het jeugdbeschermingssysteem. Hoe doet de jeugdbescherming het en hoe doen ouders het? En ik vind eigenlijk dat de RvdK daarin geen onderscheid moet maken. Maar op een goede manier moet uitleggen, zowel richting ouders als richting jeugdbeschermers, waar het goed gaat en waar het beter moet. En als het nodig is ook moet ingrijpen.”