
Gezag en omgang | Familierechter Cees van Leuven aan het woord
"Bij een scheiding direct een team om kind en ouders”
Familierechter Cees van Leuven heeft 40 jaar ervaring met scheidingsprocedures. Hij beslist mede op basis van adviezen van de RvdK waar een kind na een scheiding gaat wonen en wanneer het de andere ouder ziet. Hij vindt dat het huidige systeem in strijd is met de belangen van kinderen: het duurt te lang voor er duidelijkheid komt, en in die tijd is er geen hulp voor het kind. In 2025 nam hij met de RvdK deel aan een landelijke projectgroep voor een kindvriendelijkere juridische procedure in de toekomst. Hoe kan het beter?
Wat komt er op een kind af als de ouders gaan scheiden?
“De wereld van een kind is een wereld van twee ouders die er allebei voor het kind zijn en die voor hun kind zorgen. Bij een scheiding gebeurt er iets waardoor het allemaal gaat wankelen. Dat is natuurlijk verschrikkelijk. Dat leidt tot verscheuring en vertwijfeling, en alle emoties die met onzekerheid en angst samenhangen.
Daarnaast kunnen conflicten tussen ouders ook zorgen voor een grote mate van onveiligheid. En veiligheid is een basisprincipe voor een kind om zich goed te ontwikkelen. In sommige gevallen is er ook geweld van de ene ouder tegen de andere.
Als ouders niet zelf samen afspraken kunnen maken over gezag en omgang, is er een juridische procedure nodig. Hoe we dat organiseren, is volstrekt in strijd met de belangen van kinderen. Soms duurt het een jaar voordat een kind wordt uitgenodigd voor de behandeling van de zaak. Al die tijd blijven spanningen alleen maar oplopen en is er geen duidelijkheid.”

Hoe kunnen we scheidingsprocedures verbeteren voor kinderen?
“Het is mijn wens en die van de projectgroep dat er in de startfase van een scheiding direct een team om ouders en kind komt staan dat samen onderzoekt wat er aan de hand is. Een team van zeer goed geschoolde professionals uit alle betrokken beroepsgroepen die zich samen inzetten voor kinderen. Als er hulp nodig is, start die direct. En ondertussen vindt er onderzoek plaats naar de situatie van het kind en het gezin. Als er duidelijkheid is, volgt er direct hulpverlening en zo nodig andere maatregelen.
Mijn visie is dat de overheid zich niet moet bemoeien met eenvoudige zaken. Ook als er kinderen zijn, hoeft de rechter er niet aan te pas te komen en kunnen mensen het zelf oplossen met bijvoorbeeld mediation.
Er zijn ook ouders die een zetje nodig hebben. Binnen de projectgroep wordt gekeken hoe inmiddels bestaande initiatieven eventueel breder benut kunnen worden. Voor deze groep is bijvoorbeeld de wijkrechtspraak een goed begin. In Tilburg wordt met de wijkrechtspraak rondom Gezag & Omgang zaken gewerkt en zijn in 2025 duidelijke afspraken gemaakt over de samenwerking hierin. Dit is een laagdrempelige vorm van rechtspraak in de buurt. Voorafgaand aan een zitting bij de rechter komen advocaten van de ouders, de RvdK, de wijkteams en hulpverlening bij elkaar in een multidisciplinair overleg om te kijken wat de situatie van een gezin is en te bespreken welke hulpverlening passend zou zijn. Er vinden ook direct zogenoemde keukentafelgesprekken plaats tussen de begeleider vanuit het wijkteam en ouders individueel. Dat is heel waardevol. Voor het kind zou er meteen een vertrouwenspersoon kunnen worden aangewezen. Zodat het zich direct kan uiten en kan laten zien wat het nodig heeft in die fase. Je hoeft niet bij de rechter te komen als je er via een multidisciplinair overleg uitkomt. Als er al dan niet voorlopig beslissingen moeten worden genomen, dan volgt kort na het overleg de zitting bij de rechter. Tot nu toe is er nog alleen wijkrechtspraak op familierecht in Tilburg. Tilburg valt onder de rechtbank waar ik werk.”
En hoe ga je om met complexe scheidingen?
“In het geval van complexe zaken vind ik dat we ouders geen enkele vrijheid moeten laten. Dat is levensgevaarlijk. Er kan sprake zijn van dwingende controle, ook wel intieme terreur. Anderen moeten dan bepalen voor de ouders welke richting het uitgaat. Je moet de juiste onderzoeken plegen. En dan blijkt wel of de complexiteit puur ligt in het feit dat ouders het niet eens zijn over de hoofdverblijfplaats van het kind. Of dat de complexiteit ligt in het geen afscheid kunnen nemen van elkaar, of in het feit dat de een de ander aan het vernietigen is. Vanuit de projectgroep stellen we aanbevelingen op die meer recht doen aan deze complexiteit.
Ik wens dat het ministerie van Justitie en Veiligheid als de grote regisseur nu echt stappen gaat zetten om scheidingsprocedures zo te organiseren, ook in samenwerking met het ministerie van Binnenlandse Zaken dat over de rol van gemeentes gaat.”
Welke rol zie je voor de RvdK?
“Ik hoop dat de RvdK meerdere onderzoeksvarianten gaat inrichten naar de complexiteit van een zaak. Ik pleit voor een onderzoeksvorm die loopt terwijl de hulpverlening loopt. Waarbij de RvdK de wijze waarop ouders zich gedragen een tijdje volgt, in plaats van onderzoek op basis van enkele gesprekken. De RvdK monitort de hulpverlening die loopt en stelt vast en rapporteert wat ouders en kinderen doen; hoe de interactie is.
De RvdK neemt in Tilburg al deel aan het multidisciplinair overleg met advocaten en hulpverleners. De RvdK pakt hierin de adviesrol, terwijl de RvdK ook de beschermfunctie heeft bij ondertoezichtstellingen. Dat is ontzettend belangrijk. Als we iets willen bereiken voor de kinderen en ouders, dan hebben we alle instellingen met hun professionals keihard nodig. Als het aan mij ligt, gaan alle gemeentes wijkrechtspraak in familiezaken invoeren.
Het is mij al een paar keer opgevallen dat de RvdK tijdens het multidisciplinair overleg ontzettend goed heeft geluisterd waar de behoeften van ouders en de kinderen liggen. En dat dan vervolgens de koppeling naar mij toe op de zitting ongelooflijk professioneel en goed gebeurt. De RvdK heeft al uitgezocht wat voor de kinderen ook eventueel passend zou zijn, wat er nog meer ingezet zou kunnen worden dan waar al aan gedacht is. Wat ook voor dit gezin goede tussenbeslissingen zouden kunnen zijn. Dan is de RvdK dus mijn allerbeste adviespartner.”
Hoe kijk je aan tegen het onderwerp dwingende controle?
“In 2025 is de aandacht voor dwingende controle duidelijk groter geworden. Het is een heel groot probleem voor een beperkt aantal gevallen. Mijn inzicht hierover is gegroeid. Dwingende controle is dat je als ouder regeert en bepaalt op een voor het kind of de andere ouder ongezonde wijze.
We weten inmiddels dat je ook moet onderzoeken of de weerstand van een ouder tegen contact van een kind met de andere ouder niet voortkomt uit angst, bijvoorbeeld vanwege geweld. We hebben daar nu de ogen ook voor open.”
Wat is jouw advies aan ouders die willen scheiden?
“Het is het beste als je het samen wilt oplossen. Als dat niet kan, is het van groot belang dat je zo snel mogelijk op de goede plek bent. Die plekken of personen zijn er helaas te weinig. En er is ook veel onbegrip over de situatie waarin mensen verkeren. Dwingende controle wordt bijvoorbeeld nog bijna niet herkend. De ouder die daar wel aandacht voor vraagt, kan soms onvoldoende uitleggen wat er precies speelt. Als de feiten worden beschreven, is er geen systeem dat het oppakt. Het zijn maar kleine stappen naar de situatie dat dat wel zou gebeuren. We zitten al bijna voor een goede systeemovergang. Maar we moeten het nu wel een keer doen.”
En aan kinderen en jongeren van ouders die gaan scheiden?
“Zij moeten ook zo snel mogelijk op een goede plek komen. Straal naar je leraar en mensen om je heen uit dat je iemand nodig hebt. Probeer het niet alleen op te lossen. We weten dat kinderen een scheiding vaak alleen met leeftijdgenootjes bespreken. Dat is te beperkt. Je hebt een volwassene nodig. Ook hierover zal de werkgroep aanbevelingen doen.
Uit onderzoek van Villa Pinedo onder inmiddels volwassen kinderen van gescheiden ouders blijkt dat kinderen aangeven dat ze behoefte hadden aan een bruggenbouwer en aan iemand die naar ze luisterde. Beiden zijn belangrijk. De bruggenbouwer is nodig om ouders weer met elkaar in gesprek te brengen. De behoefte van kinderen om gehoord te worden, gaat iets verder. Dit kan soms ook betekenen dat het beter voor een kind is om geen contact meer te hebben met de andere ouder. Daarvan zou bijvoorbeeld sprake kunnen zijn als het kind te veel heeft gezien en heeft geleden onder de terreur van een ouder. Dat geldt gelukkig niet voor de meerderheid van de zaken. Daar is de uitdaging voor de rechtspraak vooral om scheidende partners met de nodige problemen te begeleiden op hun traject naar samenwerkende ouders.”