Een deel van de ongehuwde meisjes en vrouwen die tussen 1956 en 1984 en daarvoor zwanger raakten, heeft destijds onder druk hun baby afgestaan. Dat concludeerde de Commissie Binnenlandse Afstand en Adoptie (CBBA) in haar rapport ‘Schade door schande’. De druk die destijds door ouders, familie, hulpverleners en de samenleving als geheel werd uitgeoefend op deze meisjes en vrouwen was vrijwel onontkoombaar. Onder deze omstandigheden afgestaan zijn kan een mensenleven lang grote gevolgen hebben. Bij alle besluiten rondom afstand en adoptie hadden deze groep ongehuwd zwangeren, de vaders en de kinderen die erdoor geraakt werden destijds niet of nauwelijks een stem. Ook hierdoor is grote schade aangericht.

Het kabinet erkent dit onrecht. Vandaag heeft staatssecretaris van Justitie en Veiligheid Claudia van Bruggen, in aanwezigheid van minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Sophie Hermans, namens het kabinet excuses hiervoor aangeboden aan deze afstandsouders en de afgestane kinderen voor de rol die de overheid heeft gespeeld. De Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) onderschrijft de gemaakte excuses.

Diepe sporen

Monique Schippers, algemeen directeur RvdK: “Voor iedereen die destijds onder deze omstandigheden als kind is afgestaan en nog altijd op zoek is naar antwoorden, is de pijn invoelbaar en de ervaren onzekerheid zo voorstelbaar. De manier waarop dit voor hen in het verleden is gegaan, heeft bij velen diepe sporen getrokken - bij de betrokken kinderen zelf, hun moeders en vaders. We onderschrijven de excuses die door het kabinet zijn gemaakt voor het leed dat hiermee is veroorzaakt. We erkennen dat de RvdK destijds deel uitmaakte van een samenleving waarin ongehuwde meisjes en vrouwen vaak onder grote druk kwamen te staan en onvoldoende vrij konden beslissen. Nu terugkijkend op die periode had ik deze afstandsmoeders en hun kinderen zozeer meer stem en regie gegund.”

De stem van ouders

Aan de (rechtsvoorgangers van de huidige) RvdK was destijds een onderzoekende en adviserende rol richting de rechter bij afstand en adoptie toebedeeld. Hierbij werd gewerkt met een zogenoemde afstandsverklaring. Hoewel deze afstandsverklaring juridisch niet bindend was, werd dit in de praktijk regelmatig wel zo ervaren. Dit kon tot ongewenste druk leiden. In de loop van latere jaren heeft de afstandsverklaring een andere werking en toepassing gekregen. Al lange tijd wordt de afstandsverklaring gebruikt om de visie van de moeder (of vader) ter zitting kenbaar te maken in die gevallen waarin de afstandsmoeder (of vader) niet ter zitting kan verschijnen.

Desondanks realiseren we ons dat het werken met een te ondertekenen document met deze naam, associaties oproept met een verleden dat achter ons ligt. Daarom heeft de RvdK besloten niet langer gebruik te maken van de afstandsverklaring. In nieuwe gevallen wordt de stem van betrokkenen op een andere manier kenbaar gemaakt. Dit doen we door in gesprek te gaan met moeders (of vaders) zodat zij in eigen bewoording hun motivatie en beweegredenen kunnen weergegeven, waarnaar zo nodig ter zitting wordt verwezen.

Brieven van getroffenen

Ook maken we ons er sterk voor dat een moeder-, vader- of kindbrief over de situaties van destijds, toegevoegd kan worden aan reeds afgesloten dossiers die inmiddels bij het Nationaal Archief zijn ondergebracht. Dit geeft getroffenen de gelegenheid om in eigen woorden te getuigen van de situatie van destijds.

Lessen van toen in de huidige praktijk

Het onderzoek van de commissie De Winter heeft onderstreept hoe belangrijk het is dat, naast de bescherming van de rechten van het kind, afstandsmoeders een eigen stem hebben binnen het onderzoek van de RvdK. Daarbij is het noodzakelijk om in de loop der tijd raadsprocedures te blijven evalueren en om kritisch te blijven op ons eigen handelen. Hierbij hoort het organiseren van voldoende wetenschappelijke tegenspraak.

De lessen uit het verleden passen we toe bij (nieuwe) maatschappelijke ontwikkelingen zoals draagmoederschap en bij kwetsbare groepen zoals arbeidsmigranten die in Nederland werken.