Gesloten jeugdhulp beperkt de vrijheid van een kind. Daarom is deze ingrijpende vorm van hulp alleen voor uitzonderlijke situaties. Bijvoorbeeld als jongeren een gevaar zijn voor zichzelf of hun omgeving en anders niet de juiste hulp krijgen.
Gesloten jeugdhulp is hulp voor jongeren in een speciale instelling met gesloten deuren. Dit is nodig om de jongere veiligheid en zorg te kunnen bieden. Omdat er een grote kans is dat de jongere hulp ontwijkt of wegloopt.
Alleen als het echt niet anders kan
Gesloten jeugdhulp is een van de meest ingrijpende maatregelen binnen de jeugdzorg. De vrijheid van een kind wordt beperkt om de veiligheid en ontwikkeling van het kind te beschermen. Juist omdat deze maatregel zo ingrijpend is, mag gesloten jeugdhulp alleen als het echt niet anders kan. Er moet aan een groot aantal voorwaarden zijn voldaan. Zo mag het alleen voor een korte periode als lichtere hulp niet veilig is voor het kind. De kinderrechter beslist of een gesloten plaatsing noodzakelijk is.
De Raad voor de Kinderbescherming onderzoekt of een kinderbeschermingsmaatregel noodzakelijk is als de ontwikkeling of veiligheid van een kind ernstig wordt bedreigd. In uitzonderlijke situaties kan de Raad voor de Kinderbescherming de kinderrechter verzoeken een machtiging gesloten jeugdhulp af te geven.
De Raad voor de Kinderbescherming plaatst kinderen niet zelf in een instelling en is ook niet verantwoordelijk voor de uitvoering van de zorg. De Raad voor de Kinderbescherming beoordeelt of een verzoek aan de kinderrechter noodzakelijk is en onderbouwt waarom gesloten jeugdhulp op dat moment voor een kind de enige passende mogelijkheid is. Daarbij kijken we steeds zorgvuldig naar de noodzaak en de vraag of lichtere hulp voldoende bescherming kan bieden.
Een verzoek om gesloten jeugdhulp door de Raad voor de Kinderbescherming bevat altijd een verklaring van een deskundige dat gesloten jeugdhulp nodig is voor een jongere. Uiteindelijk beslist de kinderrechter of een machtiging gesloten jeugdhulp wordt afgegeven.
De Raad voor de Kinderbescherming vindt dat gesloten jeugdhulp alleen mag in uitzonderlijke situaties. Het uitgangspunt is dat kinderen zoveel mogelijk thuis opgroeien en dat passende hulp zo vroeg mogelijk beschikbaar is.
De Raad voor de Kinderbescherming ziet dat de afgelopen jaren belangrijke stappen zijn gezet in het verminderen van het aantal gesloten plaatsingen. Tegelijkertijd is voor een zeer kleine groep jongeren met ernstige en complexe problematiek soms nog een vorm van geslotenheid noodzakelijk. In die situaties moet gesloten jeugdhulp altijd tijdelijk zijn en gericht op behandeling, herstel en een zo snel mogelijk lichtere hulp voor een jongere.
De Raad voor de Kinderbescherming ziet ook een belangrijk dilemma. Gesloten jeugdhulp wordt in het hele land afgebouwd en kleinschalige alternatieven worden ontwikkeld. Tegelijkertijd zijn passende alternatieven nog niet overal voldoende beschikbaar. Daardoor moeten professionals soms moeilijke afwegingen maken tussen het beschermen van een kind en de beschikbaarheid van passende hulp.
De Raad voor de Kinderbescherming blijft zich inzetten voor een zorgvuldige inzet van gesloten jeugdhulp, een stevige onderbouwing van verzoeken en de verdere ontwikkeling van passende alternatieven. Alleen als lichtere hulp niet veilig is, is gesloten jeugdhulp voor een zeer kleine groep jongeren noodzakelijk.
