Achterlating van kinderen is een vorm van kindermishandeling en houdt in dat een kind onder dwang wordt achtergelaten buiten Nederland, meestal in het land van herkomst van de familie. Dit gebeurt vaak na een vakantie. Het kan ook zijn dat een kind vanuit Nederland alleen wordt teruggestuurd naar het land van herkomst.

In veel gevallen spreekt een kind de taal van dat land niet, heeft het geen toegang tot onderwijs of wordt het gedwongen om te trouwen of genitale verminking te ondergaan. Per jaar worden er naar schatting tussen de 150 en 800 jongens en meisjes door hun ouders achtergelaten in het buitenland. Ouders zien achterlating vaak als een vorm van heropvoeding als hun kind, in hun ogen, dreigt te ontsporen in Nederland. Maar voor kinderen is het een traumatische ervaring. Zij worden uit hun vertrouwde omgeving gehaald en kunnen te maken krijgen met armoede, verwaarlozing, gebrek aan onderwijs en psychische en fysieke mishandeling. Kinderen hebben het recht om hiertegen beschermd te worden.

Wat doet de Raad voor de Kinderbescherming bij achterlating?

De RvdK werkt bij achterlating nauw samen met het Landelijk Knooppunt Huwelijksdwang en Achterlating van Veilig Thuis (LKHA), de politie, de Koninklijke Marechaussee, de Gecertificeerde Instellingen voor Jeugdbescherming en het ministerie van Buitenlandse Zaken. 

Voorkomen van achterlating

Om achterlating te voorkomen, is het van belang dat het wordt gesignaleerd en gemeld bij Veilig Thuis. Als dat gebeurt, wordt eerst gekeken of een gesprek met de ouders en hulp bij de opvoeding uitkomst bieden. Als het nodig is om in te grijpen om ervoor te zorgen dat het kind niet naar het buitenland vertrekt, schakelt Veilig Thuis de RvdK in voor onderzoek.

De RvdK kan een ondertoezichtstelling vragen bij de rechter. Een gezinsvoogd gaat dan in gesprek met de ouders. Ook kan de gezinsvoogd, bijv. om de dreiging van ongewenst uitreizen van een kind weg te nemen, aan ouders een schriftelijke aanwijzing geven of een verzoek tot machtiging uithuisplaatsing indienen bij de kinderrechter.

Bij een spoedeisende zaak kan de RvdK een voorlopige ondertoezichtstelling of een voorlopige voogdijmaatregel vragen aan de kinderrechter. Als er acuut gevaar voor achterlating is, neemt de RvdK contact op met de politie. Deze kan samen met de Koninklijke Marechaussee voorkomen dat het kind naar het buitenland reist. 

Maatregelen na achterlating

Als het gezin ondanks een (voorlopige) voogdijmaatregel er toch in slaagt om met het betreffende kind naar het buitenland te reizen, kan de (voorlopig) voogd bij de politie een melding of aangifte doen van onttrekking aan het gezag. Er volgt dan een strafrechtelijk onderzoek.

Als de kinderrechter tijdens een ondertoezichtstelling een schriftelijke aanwijzing van de gezinsvoogd aan de ouders om het kind niet uit te laten reizen heeft bekrachtigd, en daarmee een wettelijk dwangmiddel heeft opgelegd, dan kan de gezinsvoogd dit dwangmiddel inzetten als de ouders het kind toch uit laten reizen.

Terughalen kind na achterlating

Wanneer een kind al is achtergelaten kan de RvdK de kinderrechter om een voorlopige voogdijmaatregel verzoeken. Sinds 2015 heeft de RvdK 5 achterlatingszaken gehad die gemeld zijn door het Landelijk Knooppunt Huwelijksdwang en Achterlating. In deze zaken heeft de RvdK voorlopige voogdij gevraagd en gekregen, waardoor het mogelijk is om de kinderen met behulp van de ambassade en nooddocumenten terug te halen. In al deze gevallen waarin achterlating is vastgesteld is het gelukt om de kinderen veilig naar Nederland te laten terugkeren. De kinderen zijn teruggehaald uit Guinee, Ghana, Kenia en Somalië.