Wordt uw kind (12-18 jaar) verdacht van iets dat van de wet niet mag?
Dan kan de officier van justitie of de kinderrechter beslissen dat uw kind daarvoor een straf krijgt. De Raad voor de Kinderbescherming denkt mee. We geven een advies over welke soort straf uw kind het beste kan helpen en of uw kind nog andere hulp nodig heeft. Zodat uw kind in de toekomst niet opnieuw met politie of justitie te maken krijgt.
Deze video staat ook op YouTube en is eenvoudig te delen.
We begrijpen dat er veel op u afkomt. Misschien heeft u behoefte aan meer uitleg. Neem gerust contact op met de raadsonderzoeker. U kunt ook bellen met de locatie in uw regio. Het telefoonnummer vindt u bij locaties & contact.
'In ons onderzoek kijken we naar het belang van uw kind. Wat heeft uw kind nodig om situaties als deze te voorkomen.' – José, raadsonderzoeker
Wat doet de Raad voor de Kinderbescherming?
Nadat uw kind is verhoord door de politie, mag uw kind meestal naar huis. De officier van justitie beslist dan later of uw kind een straf moet krijgen en wie die straf oplegt: de officier van justitie zelf of de kinderrechter.
Wij geven een advies over welke straf het beste past bij uw kind. Een raadsonderzoeker gaat daarom een onderzoek doen. Daarover krijgen u en uw kind een brief.
Lees meer over wat er gebeurt als uw kind wordt verdacht van een strafbaar feit op de jongerenpagina.
Kinderen hebben recht op bescherming, ook als ze verdacht worden van strafbare feiten. Wat de best passende straf is voor uw kind, staat bij ons voorop. Strafbaar gedrag kan een teken zijn dat het niet goed gaat met uw kind. Daarom kijken we ook naar mogelijk andere problemen bij uw kind, bijvoorbeeld op school, in het omgaan met emoties of in de omgang met anderen.
Met ons onderzoek willen we uw kind beter leren kennen. Hoe is uw kind tot het strafbare gedrag gekomen? En wat kan helpen om dat niet opnieuw te laten gebeuren? We vinden het dan ook belangrijk om goed met u en anderen samen te werken. Zodat we in ons advies rekening kunnen houden met de situatie van uw kind. Dat doen we door gesprekken te voeren met uw kind, met u en anderen die uw kind kennen.
We nodigen u uit voor een gesprek met de raadsonderzoeker over uw kind. Het gesprek gaat over wat er goed gaat met uw kind en welke zorgen er zijn. Ook kunt u vertellen wat er volgens u nodig is om de situatie voor uw kind te verbeteren.
U kunt iemand meenemen
Als u dat prettig vindt kunt u iemand meenemen naar het gesprek. Iemand die meeluistert en met u meedenkt. Dat kan een vriend of familielid zijn, maar ook een advocaat of hulpverlener.
De raadsonderzoeker praat ook met uw kind
De raadsonderzoeker praat met uw kind over het strafbare feit waarvan uw kind wordt verdacht en hoe dat zo gekomen is. Ook praten ze over andere zaken, zoals school, eventueel alcohol- of drugsgebruik en hoe uw kind zich voelt.
Ouders zijn niet bij dit gesprek. Zo kan uw kind vrijuit praten over wat er is gebeurd. Uw kind kan wel iemand anders meenemen die vertrouwen en steun biedt. Daarnaast krijgt uw kind een advocaat voor juridische ondersteuning in het strafproces.
Gesprekken met andere mensen die uw kind kennen
De raadsonderzoeker praat met anderen die uw kind kennen. Dat kan een leraar zijn of een mentor. Daarnaast praat de raadsonderzoeker ook met de medewerker van de jeugdreclassering of de jeugdbescherming.
Rapport
Na alle gesprekken schrijft de raadsonderzoeker een rapport. Daarin staat ons advies over welke straf we het beste vinden voor uw kind. De raadsonderzoeker bespreekt dat advies met u en met uw kind.
Reactie op rapport
U mag op het rapport reageren. Bijvoorbeeld als er volgens u iets fout in staat. Uw reactie komt bij het rapport.
Definitieve rapport
Daarna sturen we het definitieve rapport naar de officier van justitie en eventueel de kinderrechter. U en uw kind krijgen het ook. Net als de medewerker van de jeugdreclassering of de jeugdbescherming, als uw kind die heeft.
De officier van justitie of de kinderrechter beslist over de straf. De straf die uw kind kan krijgen, hangt onder andere af van het delict en of uw kind eerder met politie en justitie te maken heeft gehad. Als de officier van justitie beslist, dan nodigt die meestal uw kind eerst uit voor een gesprek. Beslist de kinderrechter, dan volgt er een zitting bij de rechtbank.
Verschijningsplicht
Als ouder(s) moet u ook bij de zitting in de rechtbank zijn. Vaak stelt de kinderrechter u dan ook vragen.
Zijn er ernstige zorgen of uw kind veilig op kan groeien? Dan kunnen we besluiten om naast het strafonderzoek ook een beschermingsonderzoek te starten. Tijdens zo’n beschermingsonderzoek zoeken we uit wat er nodig is om de situatie voor uw kind te verbeteren.
Denken we dat een beschermingsonderzoek nodig is? Dan hoort u dat van de raadsonderzoeker. Ook krijgt u een brief met informatie over het onderzoek.
Moet uw kind na aanhouding langer op het politiebureau blijven? Dan bezoekt iemand van de Raad voor de Kinderbescherming uw kind daar zo snel mogelijk. Dat is de raadsonderzoeker. Die praat met uw kind over wat er is gebeurd en hoe het gaat. Zo kunnen we een advies geven over of uw kind de beslissing over de straf thuis kan afwachten.
De Oudertelefoon
U kunt anoniem contact opnemen via telefoon en chat om te praten. Elke werkdag van 09.00 uur tot 15.00 uur en van 20.00 uur tot 22.00 uur.
Juridischloket.nl
Eerste hulp bij juridische vragen voor ouders en kinderen.
Rechtspraak.nl
Op de pagina Procedure jeugdstrafrecht leest u meer over het strafrechtelijk onderzoek en de zitting bij de rechtbank.
Veelgestelde vragen over strafonderzoek
Een beslissing van de officier van justitie of van de kinderrechter over een strafbaar feit wordtin de systemen met justitiële informatie geregistreerd. Dat betekent dat uw kind een strafblad heeft.
Een (stage)bedrijf kan uw kind vragen om een VOG. Dat staat voor een Verklaring Omtrent het Gedrag. Als er geen strafblad is, dan krijgt uw kind altijd een VOG. Heeft uw kind wel een strafblad? Dan ligt het aan de soort baan of stage waarvoor de VOG nodig is. Maar ook aan welke strafbare feiten uw kind heeft gepleegd, hoe lang dat geleden is en hoe oud uw kind is. Elke situatie is anders.
Bent u ontevreden over ons onderzoek of vindt u dat onze medewerker niet goed met u of uw kind omgaat? Bespreek dat eerst met de raadsonderzoeker of met de vestigingsmanager van uw locatie. Komt u er samen niet uit, dan kunt u uw ervaring delen.