Een raadsonderzoeker praat tijdens het onderzoek met u, uw kind en anderen die uw kind goed kennen. Bijvoorbeeld familie, betrokken hulpverleners of een leraar. We bespreken wat er goed gaat in uw gezin en welke zorgen er zijn. En wat er nodig is om uw kind veilig te laten opgroeien.
Deze video staat ook op YouTube en is eenvoudig te delen.
We begrijpen dat er veel op u afkomt. Misschien heeft u behoefte aan meer uitleg. Neem gerust contact op met de raadsonderzoeker. Of bel naar uw locatie als u nog niet in contact bent met een raadsonderzoeker. Het telefoonnummer vindt u bij locaties & contact.
U ontvangt van ons een uitnodiging voor het gesprek
Het gesprek vindt plaats bij u thuis, bij de Raad voor de Kinderbescherming of een andere, neutrale plek. Uw kind kan het gesprek bijvoorbeeld op school hebben. U kunt zelf ook aangeven wat u prettig vindt.
U praat met een raadsonderzoeker over uw kind en over wat er verder speelt in het gezin en de thuissituatie. Het gesprek gaat over wat er goed gaat in het gezin en welke zorgen er zijn. En wat deze zorgen betekenen voor uw kind. Ook kunt u vertellen wat er volgens u nodig is om de situatie te verbeteren.
U kunt iemand meenemen
Als u dat prettig vindt kunt u iemand meenemen naar het gesprek. Iemand die meeluistert en met u meedenkt. Dat kan een vriend of familielid zijn, maar ook een advocaat of hulpverlener.
Geluidsopname voor eigen gebruik
U mag een geluidsopname maken als deze voor eigen gebruik is en u de privacy van anderen niet schendt. Overleg met de raadsonderzoeker wat u opneemt en hoe u dat doet. We maken graag afspraken over het gebruik van de opname. Zijn er anderen bij het gesprek? Dan heeft u ook van hen toestemming nodig.
De raadsonderzoeker maakt een gespreksverslag
Na het gesprek maakt de raadsonderzoeker een verslag van het gesprek. Daarin staat niet alles wat is besproken, maar wel wat belangrijk is voor het onderzoek. Het gespreksverslag komt in het rapport. Overleg met de raadsonderzoeker of u het gespreksverslag kunt lezen voordat dit in het rapport komt.
U krijgt altijd de mogelijkheid om op het rapport te reageren voordat het definitief wordt. Staat er iets in dat feitelijk onjuist is? Bijvoorbeeld een naam of datum die niet klopt? Dan past de raadsonderzoeker die aan. Ook als het niet om feitelijke onjuistheden gaat, voegen we uw reactie toe aan het rapport.
Ook praat de raadsonderzoeker met uw kind. Het gesprek gaat over wat er goed gaat en welke zorgen er zijn. En dat er misschien hulp nodig is voor u of uw kind. Ook de wensen van uw kind komen aan bod. De raadsonderzoeker wil zo goed mogelijk aansluiten bij uw kind. U kent uw kind het beste en kunt altijd aangeven wat er nodig is voor uw kind tijdens een gesprek met de raadsonderzoeker.
Vindt de Raad voor de Kinderbescherming uw kind nog te jong voor een gesprek? Dan wil de raadsonderzoeker uw kind in ieder geval zien.
Uw kind kan ook iemand meenemen
Ouders zijn niet bij het gesprek met het kind. Het is namelijk belangrijk dat uw kind vrijuit kan praten over de situatie. Er kan wel iemand mee die uw kind vertrouwt en steun biedt. Uw kind kan kiezen voor een hulpverlener of familielid, maar ook voor een bevriende leeftijdgenoot.
De raadsonderzoeker maakt een gespreksverslag
Na het gesprek met uw kind maakt de raadsonderzoeker een verslag van het gesprek. Hierin staat niet alles wat is besproken, maar wel wat voor het onderzoek belangrijk is. Als het kan, krijgt uw kind dit gespreksverslag of bespreekt de raadsonderzoeker met uw kind wat erin staat. Uw kind kan hier iets over afspreken met de raadsonderzoeker. Het gespreksverslag komt in het rapport. Ook als uw kind zelf nog niet het hele rapport krijgt, bespreekt de raadsonderzoeker de uitkomst van het onderzoek met uw kind (vanaf +/- 5 jaar).
Tijdens het onderzoek praat de raadsonderzoeker ook met mensen uit uw omgeving. Meestal zijn dit betrokken professionals zoals een huisarts, docent of hulpverlener. We noemen hen: informanten. Ook mensen uit uw sociale netwerk kunnen helpen om zicht te krijgen op de situatie en deze te verbeteren. Bijvoorbeeld een oma, buur of goede vriend. De raadsonderzoeker bespreekt met u (en zo mogelijk: uw kind) wie uit het professionele netwerk en wie uit uw sociale netwerk bij kunnen dragen aan de verbetering van de situatie.
De raadsonderzoeker overlegt ook met een gedragsdeskundige en/of juridisch deskundige over wie uit uw omgeving betrokken wordt. U krijgt uitleg over die keuze.
Meer informatie over de gesprekken met mensen uit uw omgeving, leest u op de onze pagina over Informanten.
Netwerkbijeenkomst
De raadsonderzoeker kan ervoor kiezen om met een deel of alle betrokkenen tegelijkertijd te praten. Het is een gesprek over wat er goed gaat in uw gezin en welke zorgen er zijn. Wat is er nodig om uw kind veilig te laten opgroeien? Tijdens zo’n netwerkbijeenkomst bespreekt u dat met de raadsonderzoeker en het professionele en/of uw sociale netwerk. Soms is uw kind er (gedeeltelijk) bij. Ook een gedragsdeskundige en/of een juridisch deskundige kunnen aansluiten.
Aan het eind van de bijeenkomst maken we samen afspraken over de toekomst en welk soort hulp er nodig is. Alle deelnemers krijgen achteraf notulen of een gespreksverslag waarin ook de afspraken staan. Het gespreksverslag komt later in het rapport. Overleg met de raadsonderzoeker of u kunt reageren op het gespreksverslag voordat dit in het rapport komt.
Veelgestelde vragen over de gesprekken
Wanneer de raadsonderzoeker precies met de informanten praat, hangt af van de bereikbaarheid en wanneer zij kunnen. Wilt u meer weten over de planning van deze gesprekken? Neem contact op met uw raadsonderzoeker.
Meer informatie over de gesprekken met mensen uit uw omgeving, leest u op de onze pagina over Informanten.
De gesprekken met de raadsonderzoeker zijn in het Nederlands. Spreekt u (nog) geen Nederlands? En kunt u uw verhaal beter uitleggen in een andere taal? Geef dat gerust door aan de raadsonderzoeker of de locatie in uw regio. Wij regelen dan een tolk voor u. De tolk vertaalt via de telefoon het gesprek. Zo kunnen u en de raadsonderzoeker elkaar goed begrijpen.

